Bespreking

‘exorbitant, as a secret must be’ – Hoe verleidelijk te blijven

Full disclosure: ik heb Milton’s Paradise Lost (1663) niet uitgelezen. Mijn aantekeningen houden ergens in Boek V op. Dit gebrek aan uithoudingsvermogen heeft me er niet van weerhouden de volgende regels te lezen in Boek IV. Aan het woord is de engel Gabriël die gadeslaat hoe Adam en Eva, nog niet verleid, in het paradijs in elkaars armen verstrengeld liggen te slapen: ‘Sleep on / Blest pair; and O yet happiest if ye seek / No happier state, and know to know no more.’ Binnen de context van de epiek verwijst dit adagium vooral naar de verleiding van Eva door de slang en van Adam door Eva om te eten van de boom van kennis. Meer allegorisch gelezen, klinkt het als een goede raad aan ieder die gelukkig wil zijn – of, in ieder geval, aan ieder die zijn geluk niet op het spel wil zetten voor de mogelijkheid op meer.

Overzicht

Klecks-bundelvooruitzicht 2017 – Maart, april en mei

Isaac Levitan - Bloeiende appelbomen (1896)

De toch wel grootste traditie ter wereld is het schrijven van lijstjes in december, omdat al het lopende proza al is verschoten, elk mooie bruggetje tussen twee soort-van-verwante alinea’s in de voorgaande maanden al is verbruikt. Wie zijn wij om daarvan af te wijken? Klecks blikt vooruit naar de bundels die ons in 2017 hopen te overdonderen. Wat hebben uitgevers inmiddels aangekondigd? Eerder beken we al de bundels die gepland staan voor januari, daarna voor februari – vandaag sluiten we af met de verwachtingen voor maart, april en mei.

Maart

catullus_thumbCatullus, Lesbia: Verzen van liefde en spot

Paul Claes heeft zich na (onder andere) Herakleitos en Baudelaire gewaagd aan de liefdesverzen van Catullus. Deze verzen ‘vol passie en wanhoop’ schreef Catullus als verliefde student in Rome, nadat hij voor een oudere, getrouwde vrouw was gevallen die hij, aldus de aanbieding, zowel ‘verafgoodde’ als ‘verguisde’. Anders dan de titel van de verzameling doet vermoeden – die overigens ‘mannenverslindster’ betekent volgens de aanbieding – bevat Lesbia ook spotgedichten waarmee Catullus rivalen en tegenstanders op hun plek zette. Zo bestookte hij Caesar met ‘scabreuze scheldwoorden’, ‘schuttingtaal’ die hem ‘tot een voorloper van onze stand-upcomedians’ maakte.

Er valt dus niet alleen wat te smachten maar ook te lachen in deze verzameling. En wie een grap graag nog een keer hoort, maar dan in het Latijn, zal blij zijn met het nieuws dat ook Catullus’ originelen zijn opgenomen. Claes leidt zijn vertalingen ook nog in. (HHtN)

roode_thumbAlexis de Roode, Een steen openvouwen

‘Na de liefde (Geef mij een wonder), het landschap (Stad en land) en de tijd (Gratis tijd voor iedereen) richt hij zich in zijn vierde bundel, tegen beter weten in, op het thema goed en kwaad’, aldus Podium in de aankondiging van Een steen openvouwen. We mogen daarmee uitkijken naar ‘zowel de duisterste als de meest gelouterde gedichten’ die De Roode tot nu toe schreef, en dat enerzijds in de vorm van ‘sardonische kantoorgedichten’, en anderzijds in gedichten die geënt zijn op de recente wereldgebeurtenissen.

De Roode is Gildemeester van het Utrechts stadsdichtersgilde, laureaat van het C.C.S. Crone-stipendium, en werd al in meer dan 70 bloemlezingen opgenomen. Eerder dit jaar publiceerde hij samen met Daniël Dee en Benne van der Velde een bloemlezing hekeldichten, Ik proef iets wat bedorven is. (RtN)

Overzicht

Klecks-bundelvooruitzicht 2017 – Februari

Valerius de Saedeleer – Een winterlandschap

De toch wel grootste traditie ter wereld is het schrijven van lijstjes in december, omdat al het lopende proza al is verschoten, elk mooie bruggetje tussen twee soort-van-verwante alinea’s in de voorgaande maanden al is verbruikt. Wie zijn wij om daarvan af te wijken? Klecks blikt vooruit naar de bundels die ons in 2017 hopen te overdonderen. Wat hebben uitgevers inmiddels aangekondigd? Hier verzamelden we de bundels van januari al, vandaag is februari aan de beurt.

Maar eerst een januaribundel die we in het vorige bericht over het hoofd zagen, omdat ‘ie in de brochure blijkbaar buiten de boot gevallen was. Met dank aan Maarten Praamstra voor het bespeuren.

Charlotte van den Broeck, Nachtroer

Met haar debuutbundel Kameleon won Van den Broeck in 2015 de Herman de Coninck Debuutprijs. Waar die bundel ging over toenadering tot het eigen, meisjes- en vrouwenlichaam, daar reist de dichter in haar tweede bundel Nachtroer in een schijnbaar tegenovergestelde richting. Volgens de aankondiging onderzoekt Van den Broeck daarin ‘een diep verlangen naar ontheemding, verdwijning, naar een opgaan in de permanente stroom van het tomeloze leven’. Het wordt nog interessant om te zien of deze twee projecten niet juist in elkaars verlengde liggen. Dat wil zeggen, op welke manier “toenadering” en “verdwijning” dezelfde beweging zouden kunnen beschrijven. (HHtN)

Overzicht

Klecks-bundelvooruitzicht 2017 – Januari

Abraham Johannes Couwenberg - IJsvermaak op een stadsgracht

De toch wel grootste traditie ter wereld is het schrijven van lijstjes in december, omdat al het lopende proza al is verschoten, elk mooie bruggetje tussen twee soort-van-verwante alinea’s in de voorgaande maanden al is verbruikt. Wie zijn wij om daarvan af te wijken? Klecks blikt vooruit naar de bundels die ons in 2017 hopen te overdonderen. Wat hebben uitgevers inmiddels aangekondigd? Vandaag spitten we januari door, in de loop van de week de rest.

Hans Andreus - Verzamelde gedichtenHans Andreus, Verzamelde gedichten

Naar aanleiding van de gedichtenweek publiceert Prometheus het verzamelde dichtwerk van drie dichters, waaronder dat van Hans Andreus, die doorgaans tot de vijftigers gerekend wordt en eigenlijk Johan Wilhelm van der Zant heette. Hij debuteerde in de poëzie met Muziek voor kijkdieren, in 1951, en zijn laatste bundel was Holte van licht in 1976.

Naast poëzie schreef Andreus veel meer – onder andere een flinke hoeveelheid kinderboeken. (RtN)

Vicky Franken - RöntgenfotomodelVicky Francken, Röntgenfotomodel

Toen Meander haar tien jaar geleden vroeg waar ze, wat uitgeven betreft, nog op wachtte, antwoordde Francken dat ze eerst helemaal tevreden wilde zijn met wat ze op papier zette. ‘Eerder gebeurt er niets.’ In januari gebeurt er iets: haar debuutbundel Röntgenfotomodel verschijnt bij De Bezige Bij.

De aankondiging meldt dat in de bundel een lichaam ‘tegen het licht gehouden’ zal worden, ‘om te onderzoeken wat eraan schort, om te bepalen waar het licht doorlaat. Het lijf blijkt sterker dan gedacht.’ Francken won eerder al Write Now! publieksprijs en Meander Dichtersprijs, en ontving daarnaast de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor haar poëzie. Het maakt benieuwd. (RtN)

Bespreking

‘likers / wissen waar reality / de waarheid is’ – Over het interpreteren van sociale media

Detail uit 'Les Demoiselles d'Avignon' - Pablo Picasso (1907)

Eerder dit jaar berichtte Time over het eerste grote onderzoek naar de effecten van sociale media op lichaamsbeeld en eetpatronen. Het resultaat? Er bestaat een sterke associatie tussen het gebruik van (visueel georiënteerde) sociale media en problemen rondom lichaamsbeeld, zoals bijvoorbeeld anorexia. In haar bundel Als je een meisje bent (2015) schrijft Maartje Smits over zulke problemen, die kunnen ontstaan binnen de afstand tussen zelf, zelfbeeld en ideaal, zoals in deze strofe:

zij drinkt ik wacht slik
tot zij slikt wacht
drinkt
weer slik ik wacht week mijn tong
zij
 drinkt me weg ik wacht
tot er genoeg tot ze slikt ik slok
tot we weg kunnen voeren vergeten
uitslikken wat tussen ons drong

Elke slok ‘weerstandsthee’, zoals we eerder in dit gedicht ‘14 theelepeltjes’ lezen, creëert afstand tussen zelfbeeld en ideaal. Sterker nog, wie neemt de slokken? Zíj, niet ik – het zelf staat aan de kant van het ideaal, dat niet drinkt, dat niet eet. Een vervreemding die alles te maken heeft met representatie, met hoe we een beeld van onszelf vormen. Binnen sociale media draait het voor een groot deel om dat zelf en hoe we het reprecenteren aan anderen maar eventueel ook aan onszelf.

Smits gedichten gaan subtiel en genuanceerd in op die relatie tussen representatie, werkelijkheid en waarheid in een wereld met internet en sociale media. Om die nuances te zien moeten we echter niet te vlug lezen, een risico dat sommige recensenten wel lopen in hun receptie van Smits bundel.

Bespreking

Echtheid

Detail uit 'El pescador' – Joaquín Sorolla y Bastida

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay, een bespreking van Lerners poëzie, en een blik op het werk van zijn grote invloed Allen Grossman, sluiten we vandaag de maand af met een stuk over zijn eerste roman.

Veel van wat Lerner in The Hatred of Poetry uitwerkt, is in een bepaalde vorm al. terug te vinden in zijn eerste roman. Leaving the Atocha Station gaat over Adam Gordon, een Amerikaanse dichter die met een beurs een jaar lang in Madrid verblijft. Hij denkt na over, krijgt te maken met en beleeft de thema’s van Hatred: de spanning tussen het werkelijke en het virtuele, tussen dichterschap en werk, de moeilijkheid poëzie als iets politieks te zien. Op een zeker moment citeert Adam de titel van het gedicht waar Hatred mee opent.

Bespreking

‘Political problems are structurally identical with problems of representation’ – Over waar poëzie politiek wordt

Joseph Mallord William Turner - The Hero of a Hundred Fights (1847)

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay en een bespreking van Lerners poëzie, kijken we vandaag naar het werk van zijn intellectuele vader: de dichter-criticus Allen Grossman.

Ben Lerner maakt er geen geheim van dat hij zijn poëzie-theoretische mosterd haalt bij dichter-denker Allen Grossman. Al voor Lerner het essay publiceerde, liet hij diens naam veelvuldig vallen in interviews. Grossmans ideeën over de virtualiteit van poëzie – dat een gedicht een poging is voorbij het menselijke, tijdelijke en wezenlijke te gaan  zijn voor Lerner een belangrijk uitgangspunt, voor zowel zijn poëzie als romans. Vandaag gaan we daarom dieper in op Grossmans poëziekritiek. We lezen een van zijn laatste essays om de criticus in actie te zien. Daarbij dwalen we ook nog even af naar de poëtica van Rutger Kopland, die in het licht van Grossmans denken een interessant politieke bijklank krijgt.

Bespreking

‘There’s no such thing as non sequitur / When you’re in love.’ – Over verantwoordelijk lezen

Detail uit 'Ballet Skirt or Electric Light' – Georgia O'Keeffe

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay, zetten we de maand voort met een bespreking van Lerner’s derde dichtbundel.

Ben Lerners ideeën over poëzie blijven niet bij het lezen van gecanoniseerde dichters als Emily Dickinson of hedendaagse dichters als Claudia Rankine. Hij heeft zijn ideeën over de virtualiteit van het poëtische tegenover het werkelijke gedicht ook in de praktijk gebracht. Maar in mijn lezing van Mean Free Path wil ik het niet laten bij het aanwijzen van een aantal interessante principes. Zoals Lerner in zijn essay laat zien, kunnen ze ook sterk politieke of ethische effecten teweeg brengen.

Bespreking

‘To burn the actual off’ – Ben Lerners The Hatred of Poetry

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. We beginnen de maand met een bespreking van het essay, en de thema’s die Lerner daarin aansnijdt.

Het essay opent met een gedicht van Marianne Moore, “Poetry”, dat na een heel aantal langere varianten eindigde als dit gedicht van drie regels:

I, too, dislike it.
Reading it, however, with a perfect contempt for it, one discovers in
it, after all, a place for the genuine.

Even nadat hij het vers noemt, vraagt Lerner het volgende:

What kind of art assumes the dislike of its audience and what kind of artist aligns herself with that dislike, even encourages it? An art hated from without and within. What kind of art has as a condition for its possibility a perfect contempt? And then, even reading contemptuously, you don’t achieve the genuine. You can only clear a place for it—you still don’t encounter the actual poem, the genuine article.

Een kunstvorm die zijn eigen minachting vereist als voorwaarde voor zijn werking, wat kan dat zijn? In feite kan Lerners essay gelezen worden als een lange interpretatie en uitwerking van Moore’s gedicht en de vragen die het oproept.

Bespreking

De Hopper-belijdenissen IV: ‘the / quiet she / may / be’

Edward Hopper - The Barber Shop (1931)

In een overdenking van wat tijd is, neemt de categorie van ‘de toekomst’ een belangrijke maar ook enigmatische plaats in. De toekomst is dat waar we op rekenen – de volgende zonsopgang, de wasmachine die over een uur klaar is – en tegelijk staat de toekomst ook voor absolute mogelijkheid. De toekomst komt met de seconde dichterbij – de timer van de oven telt af – en tegelijk is de toekomst als zodanig altijd nog niet.

Ook in mijn lezing van Anne Carsons gedichtenserie Hopper: Confessions komen we aan bij deze categorie. Deze gedichten – die ik probeer te lezen als manieren om na te denken over wat tijd is – gingen eerder over wanneer het nu is en vervolgens voor hoe lang dat heden dan duurt. Daarbij kwam het verleden eerder in het spel dan de toekomst – het was tot nu toe belangrijker voor Carson om, lijkt het, om te gaan met het voorbijgaan van de tijd.

Een aanhoudende wind of een straal zonlicht bleken in de vorige aflevering figuren die Carson gebruikt om na te denken over hoe tijd duurt. De tijd blaast als ‘a / wind / of / autumn piercing our bones’, om Carsons ‘Office at Night’ maar te citeren. De wind van de tijd is steeds nieuw en tegelijk hetzelfde, aanhoudende blazen. Tijd gaat voorbij, heden wordt aanhoudend verleden, maar wat duurt is die beweging zelf, waarin tijd zich door ons uitstrekt. Waarvandaan blaast die wind van de tijd anders dan uit de toekomst?