Bespreking

Notities bij Rebecca Farivar, Correct Animal

Édouard Manet - Le Grand-duc

Een paar jaar geleden struikelde ik over een paar gedichten op het internet, smalle, simpele gedichten. Na enig zoeken vond ik een bundeltje bij een kleine uitgeverij in Portland. Nu ik het weer uit de kast haal, ontdek ik dat ik van veel bladwijzers (die ik meestal gewoon laat zitten bij gedichten die ik tof vind) niet weet of ze bij de linker of rechter bladzijde hoorden. Ik kan me nog steeds wel inbeelden waarom ik dit tof vond – ik ben sowieso een sucker voor collecties kleine voorwerpen (zie ook verzamelingen netsuke of Kafka’s Zürau-aforismen) – tegelijkertijd weet ik niet of ik, afgezien van wat ik op internet zou vinden, nu nog een bundel uit Oregon over zou laten vliegen.

Een paar opmerkingen bij het herlezen van Correct Animal, van Rebecca Farivar.

Van vogels

In het eerste gedeelte van de bundel duiken hier en daar vogels op. Of niet precies vogels, resten van vogels. (Farivars gedichten lijken sowieso meer over resten te gaan dan over iets anders; overblijfselen van narratief, van branden, van lichamen.) Bijvoorbeeld hier:

On Finding a Bird Skull

If she wants
to say bird
not finch
not starling
not snipe

let her

They all have
rough tongues
hollow bones
heads
made mostly

of eye

Een soort verdediging van het abstraheren. Geen vink, geen spreeuw, laat haar het een vogel noemen, als ze dat wil, ze lijken op elkaar. Het beschrijven van hun koppen als ‘heads made mostly of eye’ vond ik denk ik de eerste keer al tof – nu schiet het me ook te binnen dat bij het vinden van een vogelschedel, het oog ook precies is wat ontbreekt. Gedachten die wel samenhangen met die fascinatie voor verzamelingen, collecties en reeksen die ik net al noemde – abstractie maakt mogelijk dat je losse objecten als instanties gaat lezen; dat vooral hun verschillen van betekenis gaan zijn. Dat je dus ook vooral gaat zien en lezen wat er niet precies is: verschil zit tussen de dingen in, tussen de voorwerpen maar ook tussen aan- en afwezig, tussen zichtbaar en denkbaar.

En iets anders, soortgelijk kleins:

A Dead Birds Neck

Her neck bends back
and won’t stop,

tendons tightening
like a birds after death;

suffer in the fossil
though they don’t feel

the pinch. Her neck snaps,
pulls, farther, farther—

a break, a twining,
a lattice of escape.

Doordat het al in de titel gaat over de nek van een dode vogel, overkwam me nu (al kan ik me dat van de eerste lezing niet herinneren) die ‘like’, hier. In plaats van dat iets, wat net beschreven is, met iets anders vergeleken wordt, wordt wat er net beschreven is veranderd doordat het nu pas met een vogel vergeleken wordt – terwijl ik de hele tijd al dacht dat het over een vogel ging. In feite verschilt dat niet veel met waar ik het net over had: ook een vergelijking schept instanties, maakt een verschil betekenisvol door te beweren dat iets overeenkomt. In dit geval ging het voor mij verder: het feit dat er vergeleken wordt breekt de overeenkomst, maakt dat er überhaupt verschil is – want over wiens nek ging het nu? Over wat voor een nek? Een mens? Een ander soort dier?

In een ander gedicht schrijft Farivar ‘And when I’m empty / I echo, and it hurts— // that’s something, / a thing: // one bird breaks / the whole sky.’ Het deed me denken aan één van de Zürau-aforismen, waar Kafka schrijft:

#32

De kraaien beweren dat enkele kraai de hemel kan vernietigen. Dat is zonder twijfel, maar het bewijst niets tegen de hemel, want hemel betekent gewoon: onmogelijkheid van kraaien.

Een enkele kraai kan de hemel vernietigen, ‘one bird breaks / the whole sky’, waar Kafka echter nog een gedachte aan toevoegt. Een enkele kraai kan de hemel vernietigen, ja, maar hemel is simpelweg de onmogelijkheid van kraaien – een soort wisselwerking, waar hemel is, is nu eenmaal geen kraai. Zou er een kraai zijn, dan zou die inderdaad de hemel vernietigen. Het biedt misschien een andere focus op wat ik net allemaal zeg.

Wat schijnt

Je kunt abstraheren, je kunt vergelijken, je kunt zorgen dat verschillen betekenis krijgen door ze als afwijkingen van dezelfde kern te zien of lezen; en hoewel je dat ver op kunt rekken, (misschien op het ene moment verder dan op het andere, het is geen exacte bezigheid), heeft zoiets ook een grens. Een kraai zou genoeg zijn de hemel te vernietigen, te zorgen dat de hemel de hemel niet meer is, omdat de hemel de ‘onmogelijkheid van kraaien’ is. Het is niet dat de hemel breekt, erdoor kapot gaat: het is dat, als er een kraai is, het in elk geval de hemel niet meer is, vanwege wat de hemel is. Het is bij het variëren oppassen dat je iets niet voorbij zijn aard aanpast, iets zo aanpast dat het, voor je het door hebt, verdwenen is.

Een ander gedicht, dat daar misschien op door kan gaan:

My Elder Kinsmen Unliving

When a thing may
or may not be
real, you sense
it as a half-
presence, a source,
a back-story
you’ve hidden, thrown
into the through
between two waves.
Now monsters crawl
to you, stalk you,
leave the bogs and
meres for you. A
whole line died to
kill you, but you’re
here still. And yet
you can’t break a-
way. You are full
of dark matter.
That comes from your
fathers, mothers,
your brothers, your
unnamed sister,
the waves, the meres,
the monster-strewn shores
of somewhere else.
Think about what haunts you,
and then again what haunts.

Het aanpassen tot het verdwijnt, zoals een kind van zijn voorouders, zijn broers en zussen verschilt en zichzelf is – maar hoe dan nog verbonden? En wat blijft er achter? Een identiteit vol van dark matter, van de monster-strewn shores of somewhere else. Waar je bent aangekomen blijft, ook als een verschil totaal geworden is, op een manier bepaald door de plaats die je achterliet; er is een ‘ergens anders’ waar je niet meer bent – die ‘half- / presence’, ‘source’, ‘back-story / you’ve hidden’.

Misschien moeten we daar niet lezen: die je verstopte, alsof je een achtergrond had en hem weggeborgen hebt, maar die door jou verstopt is, die verborgen is doordat jij bent wie je bent, nu. Die je gevormd heeft, en daarom als vorming zelf verdwenen moet zijn.

Een beetje – zonder deze reeks opmerkingen nu te ‘mooi’ te willen afronden – zoals een bundel, die nog in je kast ligt, die je een keer aanschafte om redenen die je inmiddels niet meer zou delen. Die je niet meer aan zou schaffen, maar die vast beïnvloed heeft, al is het marginaal. (Juist het marginale is niet altijd te verwaarlozen – als een enkele vogel die de hemel breekt.)

Farivar, Rebecca - Correct AnimalRebecca Farivar
Correct Animal
(Portland: Octopus Books, 2011)

De website van Rebecca Farivar
De website van Octopus Books

Gepubliceerd door Roelof ten Napel

Roelof ten Napel is schrijver en wiskundige, en volgt momenteel een onderzoeksmaster wetenschapsfilosofie. Hij debuteerde in 2014 met Constellaties en was het jaar daarop laureaat van het C.C.S. Crone-stipendium. In het najaar van 2017 verscheen zijn roman Het leven zelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *