Bespreking

‘Het is niet de taak van de centrale bank om likes op Facebook te verzamelen’

The_Scream

Het is een veelgehoorde kreet: een stuk openen met een veelgehoorde kreet zonder daarbij ook maar enige bron te vermelden, om vervolgens in dat stuk op een rigoureuze doch gevatte manier tegen die kreet in te gaan, zodat jij je als schrijver serieus en toch gezellig af kunt zetten tegen die niet nader te benoemen (maar duidelijk minder serieuze en gezellige) groep ‘anderen’, en aantoont dat je niet, zoals zij, opgaat in de waan van de dag.

Nog een voorbeeld van een veelgehoorde kreet: dat literatuur bij uitstek haaks moet staan op de waan van de dag. Een mooi ideaal. Maar zijn we dat, op het moment, als literair bedrijf aan het bereiken? En hoe test je zoiets?

Om te zien of literatuur haaks staat op de waan van de dag, moet de kritiek misschien haaks op het haaks op de waan van de dag staan gaan staan. Ik heb daarom de volgende (toegegeven, ietwat onorthodoxe) methode gekozen: ik zal de gedichtenreeks die Alfred Schaffer gepubliceerd heeft in de Tirade die gisteren door mijn brievenbus viel, recenseren/interpreteren met aan het ene uiterste de kranten van gisteren en vandaag (in het bijzonder: het NRC Handelsblad van gisteren, en het AD en Financieel Dagblad van vandaag) en aan het andere uiterste de door de Gereformeerde Bijbelstichting op drukfouten gecorrigeerde Statenvertaling uit 1657 (dat is: De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de Canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen TESTAMENTS).

Mijn gedachte daarbij was als volgt: wil literatuur haaks staan op de waan van de dag, dan moet die ten minste haaks staan op de kranten van gisteren en vandaag. Als echter de literatuur niet óók haaks staat op de Statenvertaling uit 1657, dan staat de literatuur niet haaks op de waan van de dag, maar is ze zichzelf – ongeacht de waan van de dag en de scherpte van de hoek die de verhouding daarmee maakt – simpelweg aan het vermaken met de Gameboy Advance die ze terugvond achter het bed waarop ze haar eerste seksuele ervaring had, niet te luid, om haar ouders niet wakker te maken.

Maar ook de droom van hun ‘Chinese Sovjetrepubliek’ groeit uit tot een bureaucratisch bolwerk

De zinnen die in het volgende stuk dus niet geciteerd zijn, kun je wat betreft hun kritische waarde met een korrel zout nemen.

‘Critici geloven er niets van. “Er is geen wetenschappelijk bewijs.”‘

De titel van de reeks, ‘toen was het avond geweest en het was morgen geweest’, is de zinsnede waarmee in Genesis 1 de verschillende scheppingsdagen van elkaar gescheiden worden. ‘En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de zesde dag.’ ‘”Het waterbedeffect kennende en wetende hoe het consumentengedrag in Nederland is, hadden we hier nooit aan moeten beginnen.”‘ ”Kul’ en ‘dom’. GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren heeft geen goed woord over voor de redenering van’ ‘de HEERE’. Schaffer geeft Hem het woord: ‘sinds ik opstond uit mijn graf houd ik mij koest. / uit medelijden met de dood. // zes uur slapen zes uur wakker, zes uur slapen zes uur wakker. // tot woede van mijn trouwe, zwarte rottweiler.’

Maar ‘[o]m economische en militaire redenen zoeken’ ‘de HEERE God’ en ‘den mens’ ‘toenadering na deze […] ruzie’, en wel ‘in den hof van Eden om dien te bouwen en dien te bewaren.’ ‘Die belangen zijn behoorlijk concreet.’

‘[D]en hof van Eden’ ‘is beroemd geworden als de stad waar Chinese communisten in de jaren dertig aan de Lange Mars begonnen’. Schaffer geeft ook hen een stem, in de vorm van één enkele marcherende communist:

5

ondanks alles mijn volgroeide, kaarsrechte lijf.
mijn gouden stem, mijn hele leven
opgetekend, mijn arbeid in weer en in wind.

tot ik als een uitroepteken bungelde aan een boom.
een voetnoot in begrotingen en jaarverslagen.

hitte en geluid zorgden voor donder en bliksem.

daarna was er o.a. een paard dat van een duinrug rolde.
een ander paard dat op de vlucht sloeg.

ook ik droom zoiets liever niet hardop.

De ‘combinatie van een guerrillaoorlog en voettocht van communisten die op de vlucht sloegen voor de veel beter uitgeruste Kwomintang’ wordt persoonlijk gemaakt en dichtbij gebracht. Maar ook de droom van hun ‘Chinese Sovjetrepubliek’ groeit uit tot een bureaucratisch bolwerk, waarin de communist nog maar een ‘voetnoot is in begrotingen en jaarverslagen.’ ‘Tachtig jaar na dato is’ ‘den hof van Eden’ ‘een van de provincies die het snelst groeit.’ ‘Volgens woordvoerder Han Zhischeng van het statistiekbureau van’ ‘den hof van Eden’ ‘verwacht de provincie die groei ook in de toekomst te kunnen volhouden.’

Zo was dat nooit bedoeld. ‘wat was ik dapper toen ik nog niet sprak’, laat Schaffer de ik-figuur uit zijn reeks zeggen, ‘zo maakte ik van schuurpapier / mijn eigen strand. / van water een afgrijselijke zee. // een diepzwarte zee waarin ik / beschenen door een smalle spotlight / heen en weer zwom tot ik was verdwenen.’

Met Zijn blik op de ‘gemiddelde consument’ ‘berouwde het den HEERE dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.’ Alleen consument Noach ‘vond genade in de ogen des HEEREN’, en Hij zei: ‘zie, Ik breng een watervloed over de aarde, om alle vlees, waarin een geest des levens is, van onder den hemel te verderven; al wat op de aarde is, zal den geest geven. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen en uw huisvrouw en de vrouwen uwer zonen met u.’

stelt u zich voor: het doodstille krijsen dat opstijgt
uit een woest brandende bijenkorf.

dat geluid, dat kent u toch wel?

‘China waarschuwt Britten om kerncentrale’

Niet iedereen vond dat de beste oplossing. ‘DNB-economen bekritiseren […] beleid van de’ ‘HEERE’. Hij ‘reageert te snel op tegenvallende economische cijfers’, vinden ze. En ‘China waarschuwt’ ‘dat de bilaterale betrekkingen op een ‘cruciaal historisch kruispunt’ beland zijn.’ God doet bij monde van Schaffer zijn weerwoord:

4

steevast maak ik dat ik wegkom, edelachtbare.

om mijn relaas wat pathos mee te geven:

lang was ik als een schreeuwende menigte
achter een dranghek, een aanzwellende wolk
van gillende kraanvogels, verschrikkelijk alleen
in mijn verstikkend dag- en nachtritme.

waar heb ik dit toch aan verdiend, jubelde ik vaak.

als het moet, wil ik die woorden best herhalen.

met alle liefde die ik maar bijeen kan schrapen.

De spanning tussen communistische idealen en globaalkapitalistische bureaucratie groeit in Schaffers reeks uit tot oudtestamentische proporties. Of de spanningen in het Oude Testament profeteren, toont Schaffer aan, de idealistische en post-idealistische titanenstrijd die in de twintigste en eenentwintigste eeuw na de geboorte van Zijn Zoon zal losbarsten. Eén van die twee.

Op die geboorte wijst God ook, wanneer hij zegt dat hij ‘die woorden best herhalen’ wil. In de Bergrede spreekt Jezus dan ook: ‘Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.’ Hoe herhaalt zich die ‘schreeuwende menigte / achter een dranghek’ volgens Schaffer als vervulling van de Wet?

eerst haar stem, dan haar gezicht
dan op een drafje haar tientallen schaduwen.

langzamerhand weet ik niet meer of zij iemand in leven is.

of zij daadwerkelijk bloot en op haar tenen
uit bed uit stapt, de kraan dichtdraait.

mijn god als zij ging liggen ging ik liggen.
had zij dorst dan had ik dorst.

de maat der dingen: een enkele dag
die zich onderscheidt van alle andere dagen.

De tien geboden als ‘tientallen schaduwen’, de wet als een samenvallen, ‘mijn god als zij ging liggen ging ik liggen.’ Nooit bedoeld als kader, maar als ‘maat der dingen’, een exemplarische dag om alle dagen te ontstijgen. ‘Hebt uw vijanden lief; zegent hen die u vervloeken; doet wel dengenen die u haten; en bidt voor degenen die u geweld doen en die u vervolgen; Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want indien gij liefhebt die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?’ ‘Gij hebt gehoord dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.’

wellicht dat al die symboliek u irriteert.’

Een wet van het hart ‘en mijn kletsnatte huid tegen haar kletsnatte huid. / en de geile samenzwering van onze gitzwarte geluiden.’ ‘Alleen met een collectieve inspanning’ kunnen ‘gijlieden’ ‘politieke en economische veranderingen bewerkstelligen.’

Die wet kan niet worden opgelegd. ‘Miljoenen huishoudens zijn weliswaar uit de armoede verheven, de inkomensongelijkheid is groter dan ooit.’ Maar ‘Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.’ Schaffer sluit af, en verheft de nabijheid van deze wanen van aardse dagen tot een beeld van de weggenomen Wet, het gapende gat in het hart:

8

het onthutsende geruis dat uit het gapend gat
tussen mijn blanco toekomst en dit leven stroomt.

het lang vervlogen daglicht, vol in mijn gezicht.

al die wolken van katoen – katoen in overvloed.

mijn chemische vaart, van straat tot straat, et cetera.

wellicht dat al die symboliek u irriteert.

maar van zo nabij is een vergissing uitgesloten.

‘De auto deed ineens pffff…’

Wat kunnen we, wat betreft de waan, de dag, de schepping en de poëzie van Alfred Schaffer als exemplarisch product van het Nederlandstalige literaire bedrijf, concluderen? Ik weet niet precies of deze gedichten haaks staan op de waan van de dag – maar ze bieden ons overduidelijk een zekere verdieping. Wat moeten we bijvoorbeeld met een los statement als ‘Die Franse monteur zei alleen maar: joe heffe bikke problem.’? Dat zijn het soort hypes waarin de kranten en media ons dezer dagen mee willen trekken, maar Schaffers poëzie toont aan hoe je niet bang moet zijn zulke berichten in het perspectief van de wereld-, zo niet Heilsgeschiedenis te plaatsen.

Want in vergelijking met een zondvloed die het leven van bijna heel de aarde verdelgt, blijkt autopech ‘langs de Autoroute du Soleil’ maar iets heel kleins. ‘Het is een storm in een glas water. Het is onterecht en dat vindt Yuri ook.’

Gepubliceerd door Roelof ten Napel

Roelof ten Napel is schrijver en wiskundige, en volgt momenteel een onderzoeksmaster wetenschapsfilosofie. Hij debuteerde in 2014 met Constellaties en was het jaar daarop laureaat van het C.C.S. Crone-stipendium. In het najaar van 2017 verscheen zijn roman Het leven zelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *