Overzicht

Klecks-bundelvooruitzicht 2017 – Februari

Valerius de Saedeleer – Een winterlandschap
Valerius de Saedeleer – Een winterlandschap

De toch wel grootste traditie ter wereld is het schrijven van lijstjes in december, omdat al het lopende proza al is verschoten, elk mooie bruggetje tussen twee soort-van-verwante alinea’s in de voorgaande maanden al is verbruikt. Wie zijn wij om daarvan af te wijken? Klecks blikt vooruit naar de bundels die ons in 2017 hopen te overdonderen. Wat hebben uitgevers inmiddels aangekondigd? Hier verzamelden we de bundels van januari al, vandaag is februari aan de beurt.

Maar eerst een januaribundel die we in het vorige bericht over het hoofd zagen, omdat ‘ie in de brochure blijkbaar buiten de boot gevallen was. Met dank aan Maarten Praamstra voor het bespeuren.

Charlotte van den Broeck, Nachtroer

Met haar debuutbundel Kameleon won Van den Broeck in 2015 de Herman de Coninck Debuutprijs. Waar die bundel ging over toenadering tot het eigen, meisjes- en vrouwenlichaam, daar reist de dichter in haar tweede bundel Nachtroer in een schijnbaar tegenovergestelde richting. Volgens de aankondiging onderzoekt Van den Broeck daarin ‘een diep verlangen naar ontheemding, verdwijning, naar een opgaan in de permanente stroom van het tomeloze leven’. Het wordt nog interessant om te zien of deze twee projecten niet juist in elkaars verlengde liggen. Dat wil zeggen, op welke manier “toenadering” en “verdwijning” dezelfde beweging zouden kunnen beschrijven. (HHtN)

armando_lieverniet_thumbArmando, Liever niet

Uomo universale Armando – schilder, dichter, acteur, violist en ridder in twee ordes – heeft een nieuwe bundel geschreven, die deze keer niet simpelweg heet naar het jaar waarin die verschijnt. Liever niet lijkt een werk van negatie te worden als we af moeten gaan op de aankondigingsbrochure. Daarin wordt slechts vermeld dat Armando schrijft over getuigen die ‘de dingen die ze moesten zien niet zagen’ en een gedicht geciteerd dat misschien dezelfde titel draagt als de bundel. Het bevat regels als: ‘Kan er iets gebeuren als / er lachend liever niets gebeurt?’ We zullen zien. (HHtN)

baars_thumbJoost Baars, Binnenplaats

Al in 2000 verscheen van hem een gedicht in Literair Tijdschrift Nymph, en dit jaar nog onder andere ‘theologie van de stoel’ en vertalingen van Gerard Manley Hopkins’ Verschrikkelijke sonnetten in edities van Tirade. ‘Hij maakt de poëziepodcast VersSpreken en geeft een reeks no-budget chapbooks uit met Halverwege Chapbooks’, meldt zijn biografie, en volgend voorjaar mogen we zijn debuutbundel Binnenplaats verwelkomen, verschijnend bij Van Oorschot.

‘Wat is de waarheid als alles wat je weet je door de vingers glipt?’, opent de aankondiging. Die vraag vat misschien al samen wat later nog eens wordt benadrukt: ‘Wie veronderstelt dat denkende poëzie niet kan ontroeren, komt bij Baars voor verrassingen te staan.’ Bij Klecks veronderstellen we dat niet, maar we kijken er daarom niet minder naar uit. Elegieën, geëngageerde natuurlyriek, en ‘even verstilde als broeierige mystiek’. (Dan heb je ons dus te pakken). (RtN)

barnas_thumbMaria Barnas e.a., Het laatste taboe: kunstenaars en inkomen

Het laatste taboe mag dan wel (onder andere) geschreven zijn door Maria Barnas (C. Buddingh’-prijs en J.C. Bloemprijs), het zal niet over poëzie gaan. Niet direct tenminste. Het is een van de eerste twee delen van essayreeks ‘Het kabinet’, die Van Oorschot in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zal gaan publiceren. Naast Barnas zullen nog een aantal andere schrijvers en kunstenaars zich buigen over een, inderdaad, gevoelig onderwerp: de financiële honorering van kunst (zoals een gedicht of de voordracht ervan).

Wie wel eens een dichter heeft gesproken over geld, iets waar dichters volgens de aankondiging maar weinig over praten, weet dat het geen vetpot is. Voorbij kunst is slechte honorering een probleem dat bijna elke creatieve occupatie raakt. Met de juiste insteek zou Het laatste taboe dus een productieve en belangrijke discussie op gang kunnen brengen. (HHtN)

gerbrandy_steencirkels_thumbPiet Gerbrandy, Steencirkels

In zijn laatste paar bundels ontwikkelde Gerbrandy zich ook als een schrijver van wat wel prozagedichten heten. In dat werk bleef die poëzie nog duidelijker gescheiden van geënjambemeerde verzen, maar Steencirkels is een lang gedicht waarin alle registers los gaan ‘van tastende vertelling tot lyrische uitbarsting, van bittere satire tot nuchter commentaar.’ Het gaat over een man op zoek naar ‘naar ongereptheid in een door industrie, overbevolking en economisch denken aangetaste wereld.’ Dat Gerbrandy hiermee de poëzie op zou blazen, om de aankondiging te parafraseren, is misschien wat overdreven, maar dat hij iets anders doet dan de doorsnee mag worden opgemerkt. (HHtN)

denouden_thumbMartijn den Ouden, Een kogelvrije zomer

Na twee bundels waar in ieder geval zijn melktanden een rol speelden, komt Martijn den Ouden met het volgens de aankondiging lichamelijke Een kogelvrije zomer. Een ‘schrikbarend concrete’ dood, een ‘oude heer die zijn buikplooien telt’? Zitten er gewoon in. Alsook ‘een inventarisatie van het financiële gewin van dichters’ – dat lijkt ons een belangrijke doch vlug uitgerekende rekensom. (Misschien te combineren met het eerder in deze lijst genoemde boek van Barnas e.a.).

Naast dichter en predikantszoon is Den Ouden ook beeldend kunstenaar, hij studeerde af aan de Gerrit Rietveld Academie, en lezers van HP/De Tijd zouden wel eens werk van hem langs hebben kunnen zien komen. (RtN)

veenbaas_thumbJabik Veenbaas, Stad van liefde

Stad van liefde is de zevende bundel van Jabik Veenbaas, die naast zijn dichterschap filosoof en vertaler is – dat laatste onder andere van de drie kritieken van Immanuel Kant, in samenwerking met Willem Visser. Veenbaas dichtte zijn eerste vier bundels in het Fries, daarna verschenen Om de zee te bevaren en Mijn vader bad. Hans Puper noemde de poëzie in die laatste bundel fascinerend beeldend, en merkte op dat sommige regels ‘de kracht van een aforisme’ kregen.

Veenbaas’ zevende gaat volgens de aankondiging, zoals de titel ook al doet vermoeden, over liefde. Dat daarbij naast lyrische, aanbiddende liederen ‘een verrassend poëtisch antwoord … op de filosofie van Spinoza’ niet uitblijft maakt in elk geval benieuwd. Als voorproefje krijgen we ‘De kus’ te lezen, met regels als deze: ‘ik rook / een vreemd land dat ik eens zou binnengaan, om er / mijn kinderen te zien’. (RtN)

vroman_thumbLeo Vroman, Tekenaar

Rond 1970 werd Leo Vroman door de critici van een te grote virtuositeit beticht, die had, onbeteugeld, slechtere poëzie opgeleverd. Er werd verder niet aan zijn dichterschap getwijfeld: Leo Vroman was en bleef één van de grootsten van Nederland.

Als tekenaar kon Vroman ook op positieve reacties rekenen, maar zijn tekeningen zijn toch, een beetje zoals het beeldende werk van Lucebert, op de achtergrond gebleven. Sommigen maakten er misschien pas kennis mee toen in 2010 de bundeling Tekenaar verscheen, ‘vol tekeningen, gedichten, dagboekteksten, handschriften en illustraties in facsimile’, zoals de aankondiging van de herdruk het formuleert. Querido gaf ‘op veler verzoek’ de opdracht tot nog een druk, ‘wederom in een beperkte oplage.’ Wellicht onze laatste kans om de tekenaar achter de virtuoos te leren kennen. (HHtN)

Zien we iets of iemand compleet onterecht over het hoofd? (Waarbij we wel even willen melden dat het handig is als een uitgeverij al iets substantieels heeft aangekondigd, bijvoorbeeld een maand en iets van een (voorlopig) omslag.) Por ons dan even.

Gepubliceerd door Roelof ten Napel

Roelof ten Napel is schrijver en wiskundige, en volgt momenteel een onderzoeksmaster wetenschapsfilosofie. Hij debuteerde in 2014 met Constellaties en was het jaar daarop laureaat van het C.C.S. Crone-stipendium. In het najaar van 2017 verscheen zijn roman Het leven zelf.

Een gedachte over “Klecks-bundelvooruitzicht 2017 – Februari”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *