Bespreking

‘Ondanks het feit dat hij haar niet kan zien’ – Edwin Fagel en de vraag van die altijd weer goddelijke vrouw

Alberto Giacometti - Detail van een van de schilderijen van Annette

In een essay, ‘De goddelijke kut. Kunst en poëzie als mystieke daad’, dat vier jaar geleden in Revisor verscheen, zegt Edwin Fagel naar aanleiding van een gedicht van Sasja Janssen dit:

Ze zoekt naar een werkelijkheid tussen deze twee werkelijkheden in: een niet-verzonnen, niet echte werkelijkheid. Een, zou je kunnen zeggen, heilige werkelijkheid.

Even verderop noemt hij dat een ‘mengvorm tussen wat ‘in scène’ en wat ‘echt’ is,’ waardoor je je zou kunnen beginnen af te vragen wat het nou is: verzonnen noch echt, of verzonnen en echt? En waarom zou je dat heilig noemen?

Bespreking

‘exorbitant, as a secret must be’ – Hoe verleidelijk te blijven

Full disclosure: ik heb Milton’s Paradise Lost (1663) niet uitgelezen. Mijn aantekeningen houden ergens in Boek V op. Dit gebrek aan uithoudingsvermogen heeft me er niet van weerhouden de volgende regels te lezen in Boek IV. Aan het woord is de engel Gabriël die gadeslaat hoe Adam en Eva, nog niet verleid, in het paradijs in elkaars armen verstrengeld liggen te slapen: ‘Sleep on / Blest pair; and O yet happiest if ye seek / No happier state, and know to know no more.’ Binnen de context van de epiek verwijst dit adagium vooral naar de verleiding van Eva door de slang en van Adam door Eva om te eten van de boom van kennis. Meer allegorisch gelezen, klinkt het als een goede raad aan ieder die gelukkig wil zijn – of, in ieder geval, aan ieder die zijn geluk niet op het spel wil zetten voor de mogelijkheid op meer.