Haiku

Aan de poort van vroeger – Het moment en de geschiedenis in Bashō’s haiku

Hoewel de haiku inmiddels al ongeveer een eeuw aan bekendheid wint in het westen, blijft het lastig de vorm te vertalen of begrijpen zonder dat hij veel verliest van wat hem – volgens mij – de moeite waard maakt. De meeste westerse ‘definities’ komen ongeveer overeen met wat Ellen Deckwitz in Olijven moet je leren lezen schrijft: ‘Ter opfrissing: een haiku betreft een beschrijving van het moment, doorgaans geschreven in regels van vijf, zeven en weer vijf lettergrepen.’

Op twee manieren vormt zo’n samenvatting een struikelblok. Aan de ene kant omdat wat er staat wel ongeveer klopt, maar onvolledig is: alsof je iemand zou vragen een sonnet te schrijven na enkel gezegd te hebben dat zoiets uit 14 regels bestaat. Aan de andere kant omdat wat er staat wel ongeveer klopt, maar als je je niet bewust bent van cultuurverschillen, je niet doorhebt hoe het klopt (of hoe het ook niet klopt).

Ik wil een paar van die problemen graag verhelderen aan de hand van een van de haiku van Bashō.

Bespreking

‘Om naar een passerende trein te kijken’ – Over opmerkelijkheid

Het is geen jonge bundel meer, maar vorig jaar werd Remarques (1997) van Franse dichteres Nathalie Quintane voor het eerst naar het Nederlands vertaald, als Opmerkingen. De bundel bestaat enkel en alleen uit drie afdelingen van observaties van een zin of een, twee, steeds gescheiden door een witregel. Denk dan aan de gewoonste dingen – dat een droog washandje helemaal stijf wordt, bijvoorbeeld.

Als je echter langer nadenkt over wat je leest en wat het betekent om er bij na te denken, blijkt er poëtisch best wat op het spel te staan.