De Regelname

‘Het tonen van minder sexy zaken als vernietiging, gebrokenheid, verdriet’ – Radna Fabias over menszijn, feilbaarheid, trots en afgeprijsde bordeaux

Beeld: Suze Hoek

In samenwerking met digitaal cultureel magazine De Optimist presenteert Klecks: De Regelname. We vragen een dichter welke regel hij of zij zelf geschreven zou willen hebben – en waarom. En we vragen hem of haar met die regel iets nieuws te schrijven, dat op De Optimist wordt gepubliceerd. Een creatief-kritische double bill, dus, bestaande uit een interview en een gedicht.

In deze aflevering: Radna Fabias. Ze debuteerde dit jaar met Habitus en dat is niet onopgemerkt gebleven. Naast een scala aan lovende recensies won ze de C. Buddingh-prijs voor het beste debuut, en recentelijk gebruikten Volkskrant en NRC haar dichtregel over Arnon Grunberg in hun recensies van Goede mannen. Als dat geen levende poëzie is?

Lees hier het bijbehorende gedicht.

I’m the body of the queen of my hood filled up
with bad wine bad drugs mu shu pork

Uit: ‘Let me handle my business, damn’ van Morgan Parker

Bespreking

‘Ondanks het feit dat hij haar niet kan zien’ – Edwin Fagel en de vraag van die altijd weer goddelijke vrouw

Alberto Giacometti - Detail van een van de schilderijen van Annette

In een essay, ‘De goddelijke kut. Kunst en poëzie als mystieke daad’, dat vier jaar geleden in Revisor verscheen, zegt Edwin Fagel naar aanleiding van een gedicht van Sasja Janssen dit:

Ze zoekt naar een werkelijkheid tussen deze twee werkelijkheden in: een niet-verzonnen, niet echte werkelijkheid. Een, zou je kunnen zeggen, heilige werkelijkheid.

Even verderop noemt hij dat een ‘mengvorm tussen wat ‘in scène’ en wat ‘echt’ is,’ waardoor je je zou kunnen beginnen af te vragen wat het nou is: verzonnen noch echt, of verzonnen en echt? En waarom zou je dat heilig noemen?