Overzicht

Zomervakantie, of: Klecks verzameld I

Detail uit 'De Theems dichtbij Marble Hill, Twickenham' (1762) van Richard Wilson

Nu de zomer in volle gang begint te komen – met verlossende onweersbuien en al – is het voor Klecks ook tijd voor een aantal weken vakantie. Daarom hebben we, naast de reeksen over Ben Lerner en, recent, over Tsjêbbe Hettiga, alle stukken verzameld waarmee we het hele oeuvre (tot nu toe) van een dichter hebben besproken. Voor wie nog niet genoeg te lezen heeft op het strand.

SchroomruilMichel Bartosik

Van deze Vlaamse pink poet bespraken we het verzameld werk Schroomruil dat in 2013 bij het Poëziecentrum verscheen (de vierde bespreking ooit). Schroomruil is een prachtige uitgave voor een toch vrij onbekende dichter, die vroeg stierf en maar drie bundels publiceerde. In het stuk proberen we een lezing te geven van wat er met Bartosiks poëzie gebeurde toen hij over de dood van zijn vader ging schrijven. (HHtN)

> ‘En strek onbeschaamd vertrouwend’ – Door de dood van een vader

Bespreking

‘And yet:’ – Over relativisme, oprechtheid en ironie

Detail uit 'Jeanne d'Arc' (1879) van Jules Bastien-Lepage

Alle bezoekers van de laatste Gidslezing, gegeven door Ben Lerner, konden een cahier mee naar huis nemen met daarin een lang gedicht van Lerner, inclusief vertaling en een inleiding door Piet Gerbrandy: The Dark Threw Patches Upon Me Also. De lezing vormde een mooie gelegenheid voor De Gids om zowel op papier als online over de Amerikaanse dichter de publiceren, wat onder andere een mooi lang stuk van weer Gerbrandy opleverde, waarin hij No Art (2017) leest, Lerners recent verzamelde poëtische oeuvre.

Lerner gaf, in zijn vlugge maar erg verstaanbare Amerikaans, een indrukwekkende lezing, waarin hij ook weer blijk gaf van zijn blijvende interesse in authenticiteit en maatschappelijk engagement. Gerbrandy stipt die onderwerpen ook aan in zijn stuk en zijn inleiding. Het zijn begrippen die, samen met bijvoorbeeld ironie, inmiddels al even centraal staan binnen wat je het literaire gesprek zou kunnen noemen – of zeg maar gerust het culturele gesprek. In zijn lange gedicht problematiseert bijvoorbeeld Lerner de oprechtheid waarmee we voor een gemeenschap zouden kunnen spreken.

Binnen dat gesprek, ook in de manier waarop Lerner veelal wordt gelezen, is postmodern relativisme of al dan niet postmoderne ironie vaak de antagonist. En dat perspectief is een beetje gevaarlijk. Het neigt er namelijk naar de problematiek van een dichter als Lerner terug te brengen tot een sociaal-culturele modegril, in plaats van een fundamenteel probleem van denken, taal en literatuur. Waarbij het probleem ook is dat die twee niet per se gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn.

Bespreking

‘en wij ouder werden en lichamen achterlieten en lichamen opnamen’ – Worden net als net in het werk van Thomas Möhlmann

Detail uit 'De raaf wordt beroofd van de veren waarmee hij zich had getooid' (1671) – Melchior d'Hondecoeter

In een oud interview met Remco Ekkers liet Thomas Möhlmann het volgende optekenen:

Het is moeilijk om dit uit te leggen, zonder dat het heel plat klinkt, want het is in principe een heel duidelijk idee: er is meer werkelijkheid om ons heen dan die we direct ervaren. Door daar beter naar te kijken of door daar van uit te gaan, kun je het pas zien, maar het is net nog lastiger dan dat. Het gaat er om steeds te proberen stil te staan bij datgene dat net voorbij ligt aan wat je denkt of wat je zien kunt, vanuit de vooronderstelling dat het zich daar ook daadwerkelijk bevindt.

En in een interview na het verschijnen van zijn debuut, De vloeibare jongen, in Lava 11.3, vertelde hij dat het hem in gedichten ging

om het eigen universum dat je in de taal kunt creëren, een aannemelijk universum dat door lichte verdraaiingen gaat knarsen. Het gaat me om het niet opzichtig verklooien van de werkelijkheid, het spanningsveld dat daardoor ontstaat.

Hij legde daar uit dat puur al door de daad van het schrijven, gedichten zich loswerken van datgene dat voor het schrijven de aanzet vormde. Het gedicht werkt binnen zulke opvattingen als een vorm van uitstellen of vertragen – en het is goed om te beseffen dat ook zulke ingrepen de werkelijkheid verdraaien, niet precies intact laten. Gedichten als vormen van weerstand tegen de directe ervaring, tegen het idee dat we heel de tijd als vanzelfsprekend simpelweg zien hoe het zit.

Bespreking

Echtheid

Detail uit 'El pescador' – Joaquín Sorolla y Bastida

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay, een bespreking van Lerners poëzie, en een blik op het werk van zijn grote invloed Allen Grossman, sluiten we vandaag de maand af met een stuk over zijn eerste roman.

Veel van wat Lerner in The Hatred of Poetry uitwerkt, is in een bepaalde vorm al terug te vinden in zijn eerste roman. Leaving the Atocha Station gaat over Adam Gordon, een Amerikaanse dichter die met een beurs een jaar lang in Madrid verblijft. Hij denkt na over, krijgt te maken met en beleeft de thema’s van Hatred: de spanning tussen het werkelijke en het virtuele, tussen dichterschap en werk, de moeilijkheid poëzie als iets politieks te zien. Op een zeker moment citeert Adam de titel van het gedicht waar Hatred mee opent.

Bespreking

‘Political problems are structurally identical with problems of representation’ – Over waar poëzie politiek wordt

Joseph Mallord William Turner - The Hero of a Hundred Fights (1847)

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay en een bespreking van Lerners poëzie, kijken we vandaag naar het werk van zijn intellectuele vader: de dichter-criticus Allen Grossman.

Ben Lerner maakt er geen geheim van dat hij zijn poëzie-theoretische mosterd haalt bij dichter-denker Allen Grossman. Al voor Lerner het essay publiceerde, liet hij diens naam veelvuldig vallen in interviews. Grossmans ideeën over de virtualiteit van poëzie – dat een gedicht een poging is voorbij het menselijke, tijdelijke en wezenlijke te gaan  zijn voor Lerner een belangrijk uitgangspunt, voor zowel zijn poëzie als romans. Vandaag gaan we daarom dieper in op Grossmans poëziekritiek. We lezen een van zijn laatste essays om de criticus in actie te zien. Daarbij dwalen we ook nog even af naar de poëtica van Rutger Kopland, die in het licht van Grossmans denken een interessant politieke bijklank krijgt.

Bespreking

‘There’s no such thing as non sequitur / When you’re in love.’ – Over verantwoordelijk lezen

Detail uit 'Ballet Skirt or Electric Light' – Georgia O'Keeffe

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay, zetten we de maand voort met een bespreking van Lerner’s derde dichtbundel.

Ben Lerners ideeën over poëzie blijven niet bij het lezen van gecanoniseerde dichters als Emily Dickinson of hedendaagse dichters als Claudia Rankine. Hij heeft zijn ideeën over de virtualiteit van het poëtische tegenover het werkelijke gedicht ook in de praktijk gebracht. Maar in mijn lezing van Mean Free Path wil ik het niet laten bij het aanwijzen van een aantal interessante principes. Zoals Lerner in zijn essay laat zien, kunnen ze ook sterk politieke of ethische effecten teweeg brengen.

Bespreking

‘To burn the actual off’ – Ben Lerners The Hatred of Poetry

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. We beginnen de maand met een bespreking van het essay, en de thema’s die Lerner daarin aansnijdt.

Het essay opent met een gedicht van Marianne Moore, “Poetry”, dat na een heel aantal langere varianten eindigde als dit gedicht van drie regels:

I, too, dislike it.
Reading it, however, with a perfect contempt for it, one discovers in
it, after all, a place for the genuine.

Even nadat hij het vers noemt, vraagt Lerner het volgende:

What kind of art assumes the dislike of its audience and what kind of artist aligns herself with that dislike, even encourages it? An art hated from without and within. What kind of art has as a condition for its possibility a perfect contempt? And then, even reading contemptuously, you don’t achieve the genuine. You can only clear a place for it—you still don’t encounter the actual poem, the genuine article.

Een kunstvorm die zijn eigen minachting vereist als voorwaarde voor zijn werking, wat kan dat zijn? In feite kan Lerners essay gelezen worden als een lange interpretatie en uitwerking van Moore’s gedicht en de vragen die het oproept.