Haiku

Aan de poort van vroeger – Het moment en de geschiedenis in Bashō’s haiku

Hoewel de haiku inmiddels al ongeveer een eeuw aan bekendheid wint in het westen, blijft het lastig de vorm te vertalen of begrijpen zonder dat hij veel verliest van wat hem – volgens mij – de moeite waard maakt. De meeste westerse ‘definities’ komen ongeveer overeen met wat Ellen Deckwitz in Olijven moet je leren lezen schrijft: ‘Ter opfrissing: een haiku betreft een beschrijving van het moment, doorgaans geschreven in regels van vijf, zeven en weer vijf lettergrepen.’

Op twee manieren vormt zo’n samenvatting een struikelblok. Aan de ene kant omdat wat er staat wel ongeveer klopt, maar onvolledig is: alsof je iemand zou vragen een sonnet te schrijven na enkel gezegd te hebben dat zoiets uit 14 regels bestaat. Aan de andere kant omdat wat er staat wel ongeveer klopt, maar als je je niet bewust bent van cultuurverschillen, je niet doorhebt hoe het klopt (of hoe het ook niet klopt).

Ik wil een paar van die problemen graag verhelderen aan de hand van een van de haiku van Bashō.