Bespreking

‘“Wat nu als ik het ben?” Zo inwisselbaar namelijk ben ik best.’ – Engagement en het ‘ik’ bij Perquin

Detail uit 'Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw' – Jan van Eyck

Twee weken geleden schreef ik over de problematiek van identiteit in engagement, toegespitst op de uitsluitende werking die vermeend universele woorden kunnen hebben. Ik zette een aantal dichters, in wiens gedichten het ‘ik’ en zijn functies worden doorgewerkt, af tegen een naïeve vorm van engagement, die steunt op een eigen en vooral toegeëigend ‘ik’.

In dit stuk zou ik daar op verder willen gaan. Omdat ik het besef van de werkingen van het ‘ik’ tot nu toe een problematiek heb genoemd, zou het idee kunnen ontstaan dat het vooral een probleem is dat moet worden opgelost. Dat is echter alleen het geval vanuit het ‘naïeve’ oogpunt – dat immers aan die werkingen ‘voorbij wil gaan’, en het daarom als obstakel zal moeten ervaren als het benoemd wordt. Dat de werkingen van het ‘ik’ ook juist kunnen worden ingezet, als een soort gereedschap, wil ik naar voren brengen aan de hand van het werk van Ester Naomi Perquin.