Bespreking

‘Het is niet de taak van de centrale bank om likes op Facebook te verzamelen’

Het is een veelgehoorde kreet: een stuk openen met een veelgehoorde kreet zonder daarbij ook maar enige bron te vermelden, om vervolgens in dat stuk op een rigoureuze doch gevatte manier tegen die kreet in te gaan, zodat jij je als schrijver serieus en toch gezellig af kunt zetten tegen die niet nader te benoemen (maar duidelijk minder serieuze en gezellige) groep ‘anderen’, en aantoont dat je niet, zoals zij, opgaat in de waan van de dag.

Nog een voorbeeld van een veelgehoorde kreet: dat literatuur bij uitstek haaks moet staan op de waan van de dag. Een mooi ideaal. Maar zijn we dat, op het moment, als literair bedrijf aan het bereiken? En hoe test je zoiets?

Om te zien of literatuur haaks staat op de waan van de dag, moet de kritiek misschien haaks op het haaks op de waan van de dag staan gaan staan. Ik heb daarom de volgende (toegegeven, ietwat onorthodoxe) methode gekozen: ik zal de gedichtenreeks die Alfred Schaffer gepubliceerd heeft in de Tirade die gisteren door mijn brievenbus viel, recenseren/interpreteren met aan het ene uiterste de kranten van gisteren en vandaag (in het bijzonder: het NRC Handelsblad van gisteren, en het AD en Financieel Dagblad van vandaag) en aan het andere uiterste de door de Gereformeerde Bijbelstichting op drukfouten gecorrigeerde Statenvertaling uit 1657 (dat is: De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de Canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen TESTAMENTS).