Opinie

‘Wat is dat “ik” dat in mij doet?’ – Het probleem van het ‘ik’ in engagement

Op de 34e Nacht van de Poëzie droeg Dichter des Vaderlands Anne Vegter een gedicht voor dat ze geschreven had aan het eind van het parlementaire jaar 2015. De Cultuurpers noemt het een ‘groot statement’, volgens Literair Nederland was Vegter ‘zeker geëngageerd’ ‘met onontkoombare scherpte’, NRC opent met regels uit Vegters gedicht in een stuk dat de hoge hoeveelheid engagement van de avond benadrukt. Het gedicht schildert Nederland af als getroffen door oorlog of aanslagen, met ‘ontploffingen bij benzinestations’, een ‘grote brand’ in Utrecht, lijken in grachten die worden aangevreten door honden, mensen onder puin, gaswolken boven Overijssel. ‘[D]e Veluwe staat in brand’ en ‘iedereen rent’. ‘Het is onveilig voor meisjes. / In de nacht worden ze uit de rijen geplukt.’

Het heet ‘De overkant’, en sluit af met de volgende regels:

Waar is de overheid?
Er zouden tientallen boten klaarliggen om Nederlanders naar de overkant te brengen.
We zijn met duizenden.
Onze boten bezwijken bijna onder het gewicht van de mensen.
Er glijden lichamen over de randen van de boten.
Er keren boten terug.
Met levenden en doden.
Waar is de overkant?
Er is geen overkant.
We drijven verder.
We spoelen over de hele wereld aan.
Niemand zit op vluchtelingen te wachten.
Gelukszoekers.
Zo worden we genoemd.

Opinie

Doorheengaan, voorbijgaan – Na ‘het’ postmodernisme

Dit jaar verscheen Dichters van het nieuwe millenium, onder redactie van Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre – via Facebook kreeg ik er het een en ander van mee. Wat me benieuwd maakte waren vooral ook (negatieve) reacties van mensen op de inleiding, of zelfs maar op de titel. Ik heb net als die mensen inmiddels de titel en de inleiding gelezen, dus zie ik mijn kans schoon om ook een mening te hebben – maar dan over die reacties zelf.