Bespreking

De Hopper-belijdenissen IV: ‘the / quiet she / may / be’

Edward Hopper - The Barber Shop (1931)
Edward Hopper - The Barber Shop (1931)

In een overdenking van wat tijd is, neemt de categorie van ‘de toekomst’ een belangrijke maar ook enigmatische plaats in. De toekomst is dat waar we op rekenen – de volgende zonsopgang, de wasmachine die over een uur klaar is – en tegelijk staat de toekomst ook voor absolute mogelijkheid. De toekomst komt met de seconde dichterbij – de timer van de oven telt af – en tegelijk is de toekomst als zodanig altijd nog niet.

Ook in mijn lezing van Anne Carsons gedichtenserie Hopper: Confessions komen we aan bij deze categorie. Deze gedichten – die ik probeer te lezen als manieren om na te denken over wat tijd is – gingen eerder over wanneer het nu is en vervolgens voor hoe lang dat heden dan duurt. Daarbij kwam het verleden eerder in het spel dan de toekomst – het was tot nu toe belangrijker voor Carson om, lijkt het, om te gaan met het voorbijgaan van de tijd.

Een aanhoudende wind of een straal zonlicht bleken in de vorige aflevering figuren die Carson gebruikt om na te denken over hoe tijd duurt. De tijd blaast als ‘a / wind / of / autumn piercing our bones’, om Carsons ‘Office at Night’ maar te citeren. De wind van de tijd is steeds nieuw en tegelijk hetzelfde, aanhoudende blazen. Tijd gaat voorbij, heden wordt aanhoudend verleden, maar wat duurt is die beweging zelf, waarin tijd zich door ons uitstrekt. Waarvandaan blaast die wind van de tijd anders dan uit de toekomst?

Waar tijdzones samenkomen

Carson legt in het eerste gedicht van haar serie al een nadruk op transitie; in ‘Nighthawks’ leest ze Hoppers beroemde schilderij met dezelfde titel als de afbeelding van een moment van verwachting, het moment waarop er iets staat te gebeuren. Veel van Hoppers schilderijen hebben die kwaliteit. Dat heeft misschien iets met de verstilling van zijn scènes te maken, of juist met hoe wij over stilte denken – alsof het niet zo zou kunnen blijven, alsof elke stilte van voor de storm moet zijn. Maar het zit hem misschien ook in wat de toekomst überhaupt is.

Ik bedoel dit: die figuur van de aanhoudende wind die door ons heen blaast, de tijd die zich door ons heen uitstrekt, binnen die figuur zijn wij ook verboden met de toekomst. In die denkrichting kunnen we Carsons ‘The Barber Shop’ lezen:

It takes practice to shave the skin off the light.
Polarity
            means
                        plus or
                                   minus
                        total
night.
Penguins topple like astonished dice.
But
            New York
                        barbers are good
            on
ice.
Morning swings in a moonsplashed hole.
Time
            zones
                        jam together
                                               at
                        the
pole.
His scissors blaze on open black water.
She
            likes
                        the
                                   quiet she
                                               may
                                   be
                        his
daughter.

Wat allereerst opvalt is hoe Carson het blinkende wit, het glazen tafeltje en de donkere zwarte spiegel van Hoppers schilderij in verband brengt met poolijs. Die bevroren polen hebben alles met tijd te maken. Op de polen is het namelijk even laat als overal in de wereld, alle tijdzones komen er bij elkaar: ‘Time / zones / jam together / at / the / pole.’ Op de Noord- of Zuidpool blijkt die indeling in dagen, uren en minuten arbitrair, onnoodzakelijk – handig in de rest van de wereld, maar uiteidelijk, in die specifieke vorm, een afspraak – vooral omdat het bij de polen de ene helft van het jaar licht is en de andere helft donker. In plaats van het jaar in twee immense dagen te verdelen, kiest wie lang op een pool moet verblijven zelf aan welke klok hij of zij zich houdt. Onderzoekers kiezen bijvoorbeeld de tijdzone van hun thuisbasis.

Die eerste regel over polariteit – ‘Polarity / means / plus or / minus / total night’ – klinkt in eerste instantie als een grap, ook al is het niet meteen duidelijk wat er lollig is. ‘Polariteit’ is zowel de term voor het zijn van polair, zoals magneten dat bijvoorbeeld ook zijn, onderhevig aan een bepaalde tweedeling dus; het is daarnaast de term voor de specifieke oriëntatie binnen dat onderscheidt – zo heeft de pool van een magneet een bepaalde polariteit, positief of negatief.

Zo ook Carsons gedicht, dat in een golfbeweging voorbijtrekt.

Licht is ook polair; licht wordt tegenwoordig beschreven als een electromagnetische golf – als ik het goed begrijp, want natuurkunde is niet mijn forte – waarvan de golven een bepaalde “kant” op gaan, ten opzichte van een zeker midden. Naast die oriëntatie heeft licht een bepaalde frequentie en amplitude, respectievelijk de afstand tussen de golven en hun hoogte (hun afstand ten opzichte van de nullijn). Carsons gedicht maakt zo’n golfbeweging, waarbij de afstand ten opzichte van de linker marge de amplitude van die golf zou bepalen, en de afstand tussen de toppen van de golven de frequentie. Dat polariteit ‘plus of minus volkomen nacht’ zou betekenen, heeft dus vooral te maken met licht: de nullijn ten opzichte waarvan het licht golft, is het donker. Geen golf – geen oriëntatie, amplitude of frequentie – geen licht.

Waar het, zoals tijdens de poolzomer op Antarctica, altijd licht is, verstrijkt de tijd niet als afwisseling van dag en nacht, maar als aanhoudend, als golvend licht. Zo ook Carsons gedicht, dat in een golfbeweging voorbijtrekt.

De praktijk van het scheren

In de eerste regel van het gedicht geeft Carson een soort indicatie van wat precies Hoppers praktijk is; wat hij doet door een schilderij te maken. En het is verleidelijk om dat te lezen als het afscheren van een specifiek moment, een “nu”. In die zin zou Hopper, door een specifiek moment te schilderen, de tijd als het ware stilzetten. In het bijzonder Hoppers schilderijen, die zo verstild zijn, maar schilderkunst in het algemeen, kan al te gemakkelijk op die manier worden bekeken. Alsof het schilderij een flinterdun plakje “nu” is, stilgezet. Augustinus denkt het heden op die manier, als het kleinste puntje in een lijn van tijd.

We hebben net echter gezien dat Carson benadrukt hoe licht moet golven, hoe het onderweg moet zijn om gezien te worden. Een schilder die een dwarsdoorsnede maakt van het licht, houdt niets zichtbaars over. Carson leidt ons, denk ik, een andere kant op. Hopper maakt het mogelijk om iets te bekijken, hij maakt iets zichtbaar. In het schilderen creeërt hij niet simpelweg een oppervlak; hij maakt een proces mogelijk. Het licht dat wij in als zijn schilderij kunnen zien, is door Hopper zo geschildert. Hij heeft het zo geschoren dat wij zijn schilderij kunnen bekijken. Een schilderij is dus niet zozeer het stilzetten van een moment. Een schilderij  geeft ons juist de tijd om het te bekijken.

Wat rest ben ik

Als we het citaat van Augustinus lezen dat Carson voor dit gedicht koos, kunnen we nog weer anders na gaan denken over wat, door de tijd heen, aanhoudt:

Whatsoever of it has flown away is past.
Whatsoever remains is future.

Het is weer zo’n prima werkdefinitie van Augustinus. Wat vervlogen is, voorbij, weg, dat is het verleden. Wat nog moet komen is de toekomst – of specifieker dat wat nog resteert, dat wat overblijft, is de toekomst.

Die ‘may’ aan het uiteinde van de regel, daarin klinkt ook iets door van de onzekerheid van de toekomst.

De rest waar Augustinus het over heeft is de tijd die nog moet verstrijken. Om de lichtmetafoor uit de vorige paragraaf, in andere vorm, aan te houden: er is licht dat is gezien en licht dat nog resteert om gezien te worden. Maar zoals ik in de vorige aflevering al benadrukte, moeten we tijd – of we die nu denken als een aanhoudend licht of als een aanhoudende wind – niet los denken van onszelf. Het golven van het licht impliceert het verstrijken van de tijd – het zien van een moment betekent dat er lichtgolven breken op het strand van je oog. En zoals er op Antarctica geen tijd is dan die voorbijgaat als het golven van het licht (en het smelten van het ijs), gaat er voor ons geen tijd voorbij waarmee wij niet ook zelf voorbij gaan.

Wat rest ben ik. Ik blijft uit het verleden over voor de toekomst.

Dit werpt ook een bepaald licht op de laatste regels, die ik trouwens toch vooral lees als één verwaaide – voorbijgaande – regel: ‘She / likes / the / quiet she / may / be / his / daughter.’ Deze regel is in eerste instantie te lezen als een speculatie over de identiteit van het meisje in het midden van het schilderij – misschien is ze de dochter van de kapper. Maar die ‘may’ aan het uiteinde van de regel, daarin klinkt ook iets door van de onzekerheid van de toekomst, ‘she … may be’. Daarin klinkt het misschien, het maybe, van de toekomst door. De regel begint en eindigt met haar en rekt zich uit in die mogelijkheid van de toekomst.

Het doet denken aan een onderscheidt dat Walter Benjamin maakt in zijn essay Over het begrip van de geschiedenis tussen een idee van tijd als een homogene leegte en een vervulde tijd. Volgens Benjamin moeten we ons de tijd niet voorstellen als een lege ruimte waarin we ons voortbewegen, tijd is juist gevuld met zichzelf – Benjamin noemt dat ‘van nu-tijd vervulde tijd’, een tijd die steeds ook vervuld is van zijn verleden en toekomst, mogelijkheden en geschiedenis. (Overigens gaat dat stuk verder vooral over geschiedenis als een bepaalde omgang met die tijd, iets waarop ik in een volgende aflevering misschien nog terugkom.) Carson lijkt in haar gedichten tijd ook niet langer als een soort ruimte of plaats te denken. Ons blijven en aanhouden is niet te onderscheiden van het verstrijken van de tijd. Dat wat er van ons voorbijgaat is ons verleden; wat er steeds van ons overblijft, wat er van ons blijft resten, is de toekomst.

De kleine poort

6-1-western-motel
Edward Hopper – Western Motel (1957)

Vooral omdat die er nog niet is, levert de toekomst Augustinus wat problemen op. Hij denkt bijvoorbeeld na over het voorspellen of vooral voorzien van de toekomst:

Hoe het ook zij met deze verborgen voorkennis van toekomstige dingen, zien kun je alleen wat is. En wat is, is geen toekomst meer maar tegenwoordig. Als er dus sprake is van het zien van toekomstige dingen, betreft dat niet de dingen zelf want die zijn er nog niet. Maar misschien kun je hun oorzaak zien of een voorteken dat er al is.

Hij geeft misschien wel het meest voor de hand liggende voorbeeld, een voorbeeld waar filosofen steeds weer bij terug komen als het over de toekomst gaat, namelijk het opkomen van de zon:

Ik kijk naar de dageraad en ik zeg dat de zon gaat opkomen. Wat ik zie is tegenwoordig, wat ik aankondig is toekomstig.

Carson citeert de conclusie die Augustinus hieruit trekt als het motto van haar gedicht ‘Western Motel’:

Future things then are not yet: and if they be not yet,
they are not. And if they are not,
they cannot be seen
Yet foretold they may be
from things present which are already and are seen.

Het gedicht dat Carson bij dit citaat en het schilderij van Hopper schrijft is het volgende:

Pink bedspreads you say
are not pleasing to you
yet you sit very straight
till the pictures are through.

Two suitcases watch you like dogs.

You wear your hair parted
low on the right.
Mountains outside
look like beds without night.

Two suitcases watch you like dogs.

Glass is for getaway.
Hot is out there
You seem to know
the road ends here.

Two suitcases watch you like dogs.

De dreiging, of eigenlijk, de beklemming van die koffer-honden – de ‘jij’, die tegelijk de vrouw in het schilderij en de lezer aanspreekt, kan geen kant meer op. Oftewel: ‘the road ends here.’ Een, op het eerste gezicht, vreemd gedicht om te schrijven, voor zover het over de toekomst moet gaan. Die is er blijkbaar niet meer.

Nu is het belangrijk te bedenken dat er, uiteindelijk, geen toekomst meer voor ons over is. Maar dit gedicht lijkt eerder in te spelen op een ander aspect van hoe we (en Carson en Augustinus) nadenken over de toekomst. Er is iets beklemmends aan een toekomst die zo inherent verbonden is aan wat er, nu, over is gebleven van het verleden. Alsof het onvoorziene niet bestaat.

“Overblijven van” is tegelijk een “uitstaan naar”

Zoiets heeft Carson ook geschreven bij het schilderij van Hopper. Allereerst word je betrokken bij de situatie door het gedicht in de tweede persoon enkelvoud te schrijven. Die intimiteit maakt de onvermijdelijkheid van de situatie alleen maar duidelijker – een gedicht beschrijft je jouw situatie. De roze sprei zint je niet; je draagt je haar gescheiden, laag; de koffers staren je aan; “heet” is daarbuiten. Er wordt je stukje bij beetje uitgelegd wat er is en vervolgens wordt zelfs de realisatie dat dit het blijft je als het ware opgelegd door het gedicht. Het vertelt je: ‘You seem to know / the road ends here.’

Het punt is: wie de toekomst slechts beziet vanuit zijn huidige situatie, kan gemakkelijk tot de conclusie komen dat hij geen kant meer op kan. De toekomst die we voor ons willen zien, moet ook van een heel andere orde kunnen zijn dan een zonsopkomst, onvoorspelbaarder dan death and taxes. Benjamin geeft in Over het begrip van de geschiedenis misschien wel het mooiste voorbeeld van zo’n open toekomst: elke seconde ervan is ‘de kleine poort waardoor de Messias kon binnentreden.’

In hoe wij uit het verleden overblijven als de toekomst, betekent niet dat de toekomst ons niet overkomt. In die zin vult het ene gedicht het andere aan, misschien. We blijven over als wat ‘may / be’. “Overblijven van” is tegelijk een “uitstaan naar” – en we hebben geen idee naar wat, hoe goed we de voortekenen ook lezen. Voortekenen waarvan? De toekomst waarvan ze de tekens moeten zijn, is er immers nog niet.

men-in-the-off-hours

Anne Carson
Men in the Off Hours
(New York: Vintage, 2000)

De Wikipediapagina van Anne Carson
De pagina van Vintage

Gepubliceerd door Harm Hendrik ten Napel

Harm Hendrik ten Napel (1991) komt uit Friesland, en is via Groningen in Nijmegen terecht gekomen. Daar studeerde hij recent af in de filosofie. In 2013 publiceerde hij een bundel zeer korte verhalen bij Lemniscaat, Ze vraagt: Is dit je kamer. Hij is naast schrijver en filosoof ook boekverkoper.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *