Bespreking

‘To burn the actual off’ – Ben Lerners The Hatred of Poetry

caspar_david_friedrich_029-e1427311407631

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. We beginnen de maand met een bespreking van het essay, en de thema’s die Lerner daarin aansnijdt.

Het essay opent met een gedicht van Marianne Moore, “Poetry”, dat na een heel aantal langere varianten eindigde als dit gedicht van drie regels:

I, too, dislike it.
Reading it, however, with a perfect contempt for it, one discovers in
it, after all, a place for the genuine.

Even nadat hij het vers noemt, vraagt Lerner het volgende:

What kind of art assumes the dislike of its audience and what kind of artist aligns herself with that dislike, even encourages it? An art hated from without and within. What kind of art has as a condition for its possibility a perfect contempt? And then, even reading contemptuously, you don’t achieve the genuine. You can only clear a place for it—you still don’t encounter the actual poem, the genuine article.

Een kunstvorm die zijn eigen minachting vereist als voorwaarde voor zijn werking, wat kan dat zijn? In feite kan Lerners essay gelezen worden als een lange interpretatie en uitwerking van Moore’s gedicht en de vragen die het oproept.

Lerner probeert de gesuggereerde opvatting van wat poëzie is uit te werken ‘because poetry and the hatred for poetry are for me—and maybe for you—inextricable’. Hij leent daarbij een wet van Allan Grossman, die hij als volgt parafraseert:

Poetry arises from the desire to get beyond the finite and the historical—the human world of violence and difference—and to reach the transcendent or divine.

De impuls vanwaaruit een gedicht ontstaat eist bij voorbaat al te veel van het gedicht, het oneindige moet worden bereikt binnen de menselijke, eindige grenzen van het enkele vers. De dichter is een tragisch figuur en elk gedicht is een verslag van zijn of haar falen. Grossman, vertelt Lerner, zet het idee van een ‘virtueel gedicht’ af tegen het werkelijke gedicht dat we te lezen krijgen. (Dat is waarom het helpt minachtend te lezen – op die manier krijgen we de afstand in het vizier tussen het gedicht dat we lezen en de Poëzie die het had moeten zijn.)

‘You’re a poet / and you don’t even know it.’

Lerner verbindt poëzie aan menselijkheid. Iedereen is een dichter in de dop, zo denken we – we bespelen allemaal het nodige instrument, de taal, al dagelijks. Dat lijkt tevens de oorzaak waarom je er nooit mee wegkomt als je ‘dichter’ antwoordt als iemand vraagt naar je beroep. In die situatie is er echter, zegt Lerner, ook een zekere schaamte bij de vraagsteller, want impliciet klinken de wedervragen: Ben jij géén dichter? Geen dichter meer? (Alleen in december?)

Het opgeven van je dichterschap is – als het geen ‘echt werk’ is, als iederéén dichter is – ook een soort opgeven van een bepaalde mate van menselijkheid.

Met het benoemen van je eigen dichterschap haal je je meteen de mislukking op de hals. De Dichter (m/v) zou het meest persoonlijke en tevens meest verenigende, universele gedicht moeten kunnen schrijven, en kan dat niet. (Het is geen wonder dat dichters zich tot die problematiek proberen te verhouden.)

De Poëzie (en al die falende gedichten)

Op een zeker moment leest Lerner het feit dat Plato de dichters uit zijn Republiek verbant als de verdediging van Poëzie tegen al die falende, werkelijke gedichten. Zoals Socrates de meest wijze is omdat hij weet dat hij niets weet, is Plato de grootste dichter omdat hij niets moet weten van gedichten.

Dat thema loopt door heel The Hatred heen. Zowel zij die de Poëzie doodverklaren (omdat de dichters niet meer kunnen wat die van vroeger zogenaamd ooit deden) als zij die haar verdedigen (en alle kwaliteiten van de Poëzie vaak lang en breed kunnen roemen zonder al te veel gedichten aan te halen die daaraan voldoen) maken gebruik van het verschil tussen de Poëzie en de gedichten zelf.

Het is echter ook mogelijk om dat verschil (en de haat die daarmee gepaard gaat) als dichter in te zetten. Lerner leest een aantal dichters – Keats, Dickinson, Rankine – als dichters die het ‘falen’ van hun werk gebruiken om het virtuele gedicht, de poëzie die aan de onmogelijke eis zou voldoen, des te meer te suggereren. Het werkelijke gedicht lijkt zichzelf vooral weg te vegen om plaats te maken voor dat hogere. Of, zoals Lerner het zelf verwoordt:

The hatred for poetry is internal to the art, because it is the task of the poet and the poetry reader to use the heat of that hatred to burn the actual off the virtual like fog.

Het misplaatste geloof in een behaald ideaal

Lerner spreekt ook van andere vormen van haat. De haat van de avant-garde, die gedichten afwijzen omdat ze geen revoluties zijn of teweegbrengen. De eerder genoemde haat van nostalgische critici, die hedendaagse poëzie afwijzen wegens het niet ‘meer’ bereiken van een ideaal.

De misvatting dat het vroegere dichters wel lukte dat ideaal te bereiken, maakt Lerner scherp met de grond gelijk. Daarbij gaat het ook over de onderwerpen die ik in het eerder gelinkte artikel (en het vervolg daarop) aangehaald heb – je kunt aan het idee dat vroegere dichters succesvol voor iedereen wisten te spreken, een werkelijke universaliteit wisten te bereiken, alleen vasthouden als je de ‘wij’ uit wiens naam zij spreken in het verleden plaatst (of in het geval van de avant-garde, in de toekomst). Ik wil daar niet te veel van parafraseren – wat mij betreft is het essay alleen al om die passages de koop meer dan waard. Voor nu is het genoeg om op te merken dat ook toen de gedichten niet universeel waren, niet omdat ze niet goed genoeg waren, maar omdat de eis een onmogelijke is.

Goede gedichten

Belangrijk is daarbij een korte opmerking van Lerner, waarin hij het heeft over de manieren waarop gedichten desalniettemin wel geslaagd kunnen zijn. Lerner beweert niet dat hij heel de poëzie beschrijft, dat zijn essay alle werkingen van gedichten weet samen te vatten in één algemene beschrijving, één mechaniek:

Poems can fulfill any number of ambitions, other than the ones I’m describing. They can actually be funny, or lovely, or offer solace, or courage, or inspiration to certain audiences at certain times; they can play a role in constituting a community; and so on.

Gedichten falen in verhouding tot het ideaal dat poëzie is, in verhouding tot de onmogelijke eis waaraan ze ontspruiten. Dat wil niet zeggen dat ze niet allerlei anders teweegbrengen. Zonder al te programmatisch te worden (ik schrijf hier tenslotte geen manifest, en we lazen Lerners essay pas na de ideeën om deze website op te richten al redelijk tot wasdom gekomen waren), is dat ook waar we met Klecks op doelen wanneer we schrijven dat wat we willen schrijven en publiceren stukken zijn ‘die poëzie lezen om er iets van te leren, er iets door mee te maken, om ermee te denken. Of in het beste geval, stukken die poëzie helemaal niet ergens om lezen – maar wel lezen, en dat lezen beschrijven.’ Hoe gedichten zich tot de poëzie verhouden is een significant onderdeel van wat we ervaren wanneer we ze lezen, en Lerners essay is een sublieme beschouwing van dat aspect – het is echter goed dat hij niet vergeet ons te wijzen op al het andere dat gedichten kunnen en zullen doen.

Ben Lerner
Waarom we poëzie haten
(Amsterdam: Atlas Contact, 2016)

De website van Atlas Contact

Gepubliceerd door Roelof ten Napel

Roelof ten Napel (1993) is schrijver en wiskundige, en begon in 2016 aan een onderzoeksmaster wetenschapsgeschiedenis en -filosofie. Hij debuteerde in 2014 met Constellaties bij Uitgeverij Atlas Contact, het jaar daarop was hij laureaat van het C.C.S. Crone-stipendium van de gemeente Utrecht. In het najaar van 2017 verschijnt zijn roman Het leven zelf.

3 gedachten over “‘To burn the actual off’ – Ben Lerners The Hatred of Poetry”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *