Bespreking

‘There’s no such thing as non sequitur / When you’re in love.’ – Over verantwoordelijk lezen

Detail uit 'Ballet Skirt or Electric Light' – Georgia O'Keeffe
Detail uit 'Ballet Skirt or Electric Light' – Georgia O'Keeffe

Deze maand staat Klecks in het teken van Ben Lerner, wiens recent uitgegeven essay, The Hatred of Poetry, in het Nederlands verschijnt als Waarom we poëzie haten. Ben Lerner is bekend als de auteur van drie dichtbundels – The Lichtenberg Figures, Angle of Yaw en Mean Free Path – en twee (ook in het Nederlands vertaalde) romans, Leaving the Atocha Station en 10:04. Na een introductie tot de ideeën uit Lerners essay, zetten we de maand voort met een bespreking van Lerner’s derde dichtbundel.

Ben Lerners ideeën over poëzie blijven niet bij het lezen van gecanoniseerde dichters als Emily Dickinson of hedendaagse dichters als Claudia Rankine. Hij heeft zijn ideeën over de virtualiteit van het poëtische tegenover het werkelijke gedicht ook in de praktijk gebracht. Maar in mijn lezing van Mean Free Path wil ik het niet laten bij het aanwijzen van een aantal interessante principes. Zoals Lerner in zijn essay laat zien, kunnen ze ook sterk politieke of ethische effecten teweeg brengen.

De ervaring van ervaring

Op John Ashbery’s tachtigste verjaardag, die gevierd werd met – wat anders – een aantal voordrachten en korte lezingen, mocht Ben Lerner de dichter voorstellen aan zijn gasten. Tussen de citaten en analyse door biecht hij op dat geen esthetische ervaring meer verantwoordelijk is voor zijn schrijverschap dan het lezen van Ashbery’s poëzie. Dus als er al een geschikte plaats bestaan van waaruit we Lerner’s Mean Free Path kunnen beginnen te lezen, dan is het misschien de poëzie van de winnaar van elke grote Amerikaanse literatuurprijs waar hij voor in aanmerking kwam.

Lerner maakt het ons wat dat betreft niet moeilijk. Hij schrijft, in recensies, essays maar ook in zijn romans, veel over het werk van Ashbery. In Leaving the Atocha Station (2013) geeft Lerner’s self-proclaimed alter-ego Adam Gordon de volgende beschrijving van het lezen van een Ashbery-gedicht:

It is as though the actual Ashbery poem were concealed from you, written on the other side of a mirrored surface, and you saw only the reflection of your reading. But by reflecting your reading, Ashbery’s poems allow you to attend to your attention, to experience your experience[.]

Al eerder, in 2007, schrijft Ben Lerner onder zijn eigen naam over die ervaring. In The Reflection of a Reading heeft Lerner het over een boeklang gedicht van Ashbery, Flow Chart (1991). Het is een enorm gedicht, van 216 pagina’s, dat alleen maar langer voelt omdat het slechtst de schijn van een narratief over zich heeft. Het opent, zoals Lerner ook opmerkt, episch, maar als Flow Chart een epiek is, dan is het er een waarin niets gebeurt en die toch steeds van richting verandert:

Still in the published city but not yet
overtaken by a new form of despair, I ask
the diagram: is it the foretaste of pain
it might easily be? Or an emptiness
so sudden it leaves the girders
whanging in the absence of wind,
the sky milk-blue and astringent?

Of in vertaling (van mij):

Nog steeds in de gepubliceerde stad maar nog niet
ingehaald door een nieuwe vorm van wanhoop, vraag ik
de diagram: is het
 het voorproefje van pijn
dat het met gemak kan zijn
? Of een leegheid
zo onverwacht dat de balken er van
bonzen bij een gebrek aan wind,
de lucht melkblauw en verkrampt?

Lerner beschrijft hoe de steeds langere regels op een gegeven moment als proza aan gaan voelen, ‘except I was never aware of what it feels like to read prose when reading prose’, maar, belangrijker nog, hoe ze hun betekenis steeds opnieuw verliezen aan de volgende regel:

It wasn’t that it didn’t make sense—it made sense until I reached a period. Then what I thought I had comprehended vanished. And yet the poem itself seemed to consist largely of descriptions of this very experience: “It seems I was reading something; / I have forgotten the sense of it or what the small / role of the central poem made me want to feel. No matter.” It was as if the line in italics were a quotation from me, as if I were reading about my reading as it happened (…). After a few pages I knew that nothing I thought I knew about poetry was going to survive. Innocence replaced not with experience, but with the “experience of experience.”

Op een heel lokaal niveau is Ashbery’s poëzie begrijpelijk, maar wat je ook hebt begrepen, het verdwijnt, regel voor regel steeds opnieuw omdat niets bij lijkt te dragen aan de zin van het gedicht als een geheel. Een uiteindelijk punt wordt steeds opnieuw uitgesteld.

Sterker nog, Lerner’s eerste ervaring van Ashbery’s poëzie is vooral die van een soort inhoudsloze abstractie. Lerner schrijft iets verderop: ‘I felt the shape of thought without being distracted by thoughts.’ Of zoals we Lerner het nu tweemaal hebben zien samenvatten: Ashbery’s gedichten laten je ervaren van wat het is om te ervaren, tot op het punt dat het gedicht vooral een beschrijving is van hoe het is om het te lezen, al vergetend: ‘It seems I was reading something’.

Ashbery’s gedichten laten je ervaren van wat het is om te ervaren.

Lerner komt er in feite maar niet aan toe om Ashbery’s gedicht te lezen. In het lezen van deze poëzie is alsof je steeds alleen leest wat jij kunt lezen, in plaats van wat er staat – ‘as though the actual Ashbery poem were concealed from you, written on the other side of a mirrored surface.’ Dit maakt Ashbery’s poëzie op een specifieke manier virtueel. Waar, volgens Lerner, sommige van de beste dichters het tekortschieten van de taal zo inzetten dat hun gedichten de monumenten worden voor alles wat ze idealiter hadden moeten zijn; daar blijft Ashbery’s eigenlijke, ware gedicht een gedicht van virtuele mogelijkheden omdat wij het niet als zodanig kunnen lezen.

Deze medeplichtigheid van de lezer in de visualisering van een gedicht, speelt ook een grote rol in Lerner’s Mean Free Path. Maar voor we kunnen nagaan hoe Lerner toont welke rol lezer en lezing hebben, moet ik eerst rustig uitleggen hoe Ben Lerners derde bundel precies werkt.

Waar regels botsen

Mean Free Path bestaat uit twee soorten afdelingen, die elkaar twee keer afwisselen. De eerste draagt de naam van de bundel en de tweede heet ‘Doppler Elegies’; ze verschillen qua spatiëring, enjambement en hoofdlettergebruik, maar citeren en echoën elkaars stem, thema’s, termen, namen en formuleringen. Als ik het boek zou moeten karakteriseren, zou ik eerder zeggen dat het als een klassiek muziekstuk uit een aantal delen bestaat, gescheiden maar niet autonoom.

Lees om een idee te krijgen van Mean Free Path deze voorpublicatie in de Paris Review (en ja, er zit een typo in de eerste regel van de derde strofe – daar moet ‘easier’ staan). Het is de opening van de tweede ‘Mean Free Path’-afdeling. De Doppler Elegieën hebben een andere vorm, maar worden door hetzelfde formele principe gekenmerkt: zinnen worden niet afgemaakt, de regels van een strofe of van verschillende strofes lijken soms omgewisseld, ze staan vol (halve) herhalingen en lijken soms op verschillende manieren op elkaar aan te sluiten. Zoals hier, waar regels over dromen en militaire technologie op elkaar botsen:

_______… I can’t compete
It’s like the moment after waking
When you cannot determine if the screaming
With devices designed to amplify
Was internal or external to the dream
Starlight so soldiers can read in their in their sleep.

En net als Ashbery’s Flow Chart voelt een groot deel van het gedicht aan als een beschrijving van het gedicht zelf: ‘Maybe if you let / The false starts stand, stand in for symbols / Near collapse’. Maar het gaat niet nergens over. Mean Free Path is een liefdesgedicht en ook een elegie voor een vriend die zichzelf doodde. Het gaat over fascisme, kapitalisme en oorlog. Er is een bespiegeling op klank van Nina Simone’s stem terug te vinden – ‘How the beauty of your singing reinscribes / The hope whose death it announces’. Virga, valstrepen, blijven terugkeren; dat is regen die verdampt voor het de grond raakt. Het gaat over de herfst. Het gaat over muziek. Maar nooit voor lang.

En net als Ashbery’s ‘Flow Chart’ voelt een groot deel van het gedicht aan als een beschrijving van het gedicht zelf.

Anders dan Flow Chart, waarin geen enkel thema of idee langer dan een regel of drie lijkt te worden behandelt, is Mean Free Path thematisch erg hecht. Alleen, de voltooiing van elke gedachte, idee of betekenis wordt met elke (halve) regel evenveel uitgesteld als uitgebouwd.

Uitgesteld begrip

Dat uitsteleffect deed me tijdens mijn eerste lezing denken aan The Desintegration Loops (2002/3) van componist William Basinksi. Basinski werkt analoge opnames, veelal op band. Toen hij in augustus en september van 2001 wat nog ouder, ongebruikt materiaal wilde digitaliseren om het te bewaren, bleken de tapes al zo ontbonden dat ze tijdens het overdrachtsproces uit elkaar vielen. Basinski besloot door te zetten en de vernietiging te archiveren: hij liet de korte fragmenten, van soms maar enkele seconden lang, in een loop lopen totdat de band niets anders meer dan ruis voortbracht.

Het fragment is dus vanaf het moment dat de band begint met draaien aan het veranderen – je hoort het ploppen, sissen, krassen. De melodie herhaalt zich steeds subtiel, minimaal anders. Er ontstaan grotere delen ruis, noten vallen weg, maar: vaak hoor je pas wat je mist als die absenties nadrukkelijk genoeg zijn geworden. Elke “andere” melodie die we onderscheiden, is er één uit zovelen, en: een voorlopige. Zodra we een nieuwe melodie horen, klinkt er alweer een volgende. En met elke nieuwe melodie wordt de voltooiing van de desintegratie opnieuw uitgesteld.

Een stotter over een vriend of geliefde?

Luisteren is volgens Roland Barthes niet alleen je oren spitsen voor aankomend verkeer – zoals een haas luistert of er geen dreiging in de buurt is – het is daarbij ook het ontdekken van een geheim. Barthes noemt wat je daarbij ontdekt een code, maar hij benadrukt meteen dat die niet absoluut onderscheiden kan worden van een codering.

Binnen Mean Free Path vormen de verschillende regels, thema’s en onderwerpen elkaars ruis. Ze onderbreken elkaar, zodat de lezer een gedachte nooit afmaakt. En net als in The Desintegration Loops ontstaat er tussen ruis en melodie nieuwe combinaties, dubbele betekenissen. Een luisteraar en een lezer verschillen wat dat betreft weinig; Barthes stelt dat luisteren voorbij het spitsen van je oren voor aankomend verkeer ook het ontdekken van ritmes is. Barthes noemt ze codes, een soort geheimen die we ontdekken door wat we horen – of lezen – te codificeren.

In de eerste afdeling, na een paar regels over een afgewezen boek, is daar, opeens, Robert:

___… If you would speak of love
Stutter, like rain, like Robert, be
Unashamed. …

Om onderbroken te worden door regels over woede en het systeem. Een stotter over een vriend of geliefde? Als we Robert alweer bijna vergeten zijn, verschijnt hij opeens weer tussen de vliegtuigclichés:

_____… I looked out
___over Denver, but could see
only our reflection. Dim
the cabin lights. Robert is dead
Articles may have shifted
I didn’t know him. Why am I
___clapping. We are beginning
our final descent into

Robert echoot door het hele vers. Die eerste regels, bijvoorbeeld, waarin ik uitkijk over Denver maar alleen onze weerspiegeling kan zien. Die van alle inzittenden, dat allereerst natuurlijk, maar ook een schim van Robert misschien, gedimd. En dat bevel, ‘Dim / the cabin lights’, klinkt daarna alsof ik ben geschrokken. Dit kan niet: Robert is dood. Ik kende hem niet eens echt. (Wat moeten we met dat laatste? Als ik weet hoe Robert van de liefde spreekt, hoe kan ik hem dan niet kennen?)

Of staat er juist: dim de lichten, er is iemand overleden? Wie weet: ‘Articles may have shifted’ – de dingen – de dichtregels, de lidwoorden – staan misschien niet op hun plek.

Een virtueel geheel?

Ik ben op zoek gegaan naar Robert. Ik heb de momenten waarop hij wordt genoemd verzamelt. Ik heb gespeculeerd over andere regels. Misschien is Robert de vriend die zichzelf van het leven heeft beroofd, een gebeurtenis die ik bij elkaar lees in een strofe uit de tweede ‘Mean Free Path’-afdeling: ‘The pitch drops suddenly because the source / (…) / Hanged himself from the apex in the hope / (…) / Of never reaching ground. The siren / (…) / Recedes. A rain check. This isn’t music’. Een rain check voor een afspraak op een andere, zonnigere dag. Maar waarom zou dit over Robert gaan?

Het is een goed voorbeeld van de manier waarop je Mean Free Path kunt gaan lezen alsof het gedicht een oplossing heeft. Meer nog: alsof Lerner het originele gedicht door elkaar heeft geknipt – de lezer kan proberen te herstellen. Zo maakt Lerner, net als Ashbery, de lezer een integraal onderdeel van de virtualisatie van zijn gedicht. Elk fragment opent nieuwe mogelijkheden, nieuwe combinaties. Mijn exemplaar van het boek staat vol pijlen en aantekeningen: op welke pagina’s staan andere belangrijke passages over dit thema; waar lezen we nog meer over Barbera of Ari; hoe combineert deze regel met andere over night-vision goggels? Hoe ziet dat andere, ideale gedicht eruit, het geheel?

Mijn exemplaar van het boek staat vol pijlen en aantekeningen.

Lerners compositie is een manier om te verwijzen naar wat niet zomaar nadrukkelijk opgeschreven kan worden. Wat slechts een mogelijke lezing blijft – geen noodzakelijke – hoeft Lerner niet als de onomwonden waarheid te stellen. Dat kan soms zelfs niet: ‘Can we unfold / What whe can’t figure? Not without making / Cuts.’ En tegelijk ondergraaft een ander paar regels het hele idee dat het gedicht chaotisch of gefragmenteerd zou zijn: ‘There is no such thing as non sequitur / When you’re in love.’ Misschien houd ik wel niet genoeg van dit gedicht om te zien hoe de regels wel stuk voor stuk op elkaar aansluiten? Weer ergens anders schrijft Lerner dit: ‘Maybe / No Maybes. Take a position.’ Geen ge-misschien: wat staat er, lezer? Hou je niet aan de zijlijn, in de marge: trek een conclusie. Virtualiteit, mogelijkheden – het is allemaal fijn, maar je moet toch uiteindelijk ergens staan.

Ikzelf voelde me ongemakkelijk worden van een manier van lezen die op puzzelen begon te lijken. Daarmee bedoel ik niet dat het verkeerd is om te interpreteren en al helemaal niet dat het niet goed is je levenswerk te maken van het onderzoeken van een gedicht. Het was dit: ik werd me bewust van de manieren waarop ik bezig was met interpreteren was. En bij wijlen was het een bloedloos indelen van de verschillende verwijzingen, zonder verdere inzet dan het aanleggen van dat netwerk. Als een soort poëticale ambtenaar. En dat was niet hoe ik wilde lezen over onderwerpen die mij wel aan het hart gingen.

Je bent mede-verantwoordelijk

Er is nog een reden waarom ik aan The Desintegration Loops moest denken bij Lerners poëzie. Basinski heeft vertelt dat hij de opnames afmaakte op 11 september 2001. Terwijl hij ze op een dakterras aan zijn vrienden liet horen, zagen ze hoe de vliegtuigen de torens in vlogen. De trage, ontbindende loops werden, per ongeluk, de soundtrack van de ramp die het begin van de 21e eeuw zou gaan tekenen. Waarna oorlog ook weer een deel uitmaakte van de westerse wereld, concreet dan, ontegenzeggelijk. Een oorlog die in Mean Free Path de vorm aanneemt van regels als deze: ‘Sophisticated weaponry marries the traditional / Pleasures of perspective to the new materiality / Of point-and-click.’ Of deze: ‘I can hear the soldiers marching in my / Pillow’. En dat was iets dat ik serieus wilde nemen.

En niet alleen de oorlog, ook zelfdoding, liefde en hoop zijn geen puzzelelementen. En als het al onderdelen van een puzzel zijn, dan is het leggen ervan niet vrijblijvend. Het is op dit punt ook belangrijk om ons te beseffen dat er geen ander, geordend gedicht is geweest om te herstellen en dat elke zogenaamde oplossing van het “probleem” van Mean Free Path een constructie is. Wat jij van het gedicht leest, de interpretaties die je formuleert, de nadrukken die je leest, hebben alles met jou te maken, met de manier waarop je interpreteert. Jij bent mede-verantwoordelijk voor de conclusies die je trekt. En voor hoe lang je aan die conclusies vasthoudt.

Want de wereld waar dit gedicht een onderdeel van is, verandert ook, en daarmee wat het kan betekenen. Neem deze regels:

To lay everything waste in the name of renewal
Haven’t we tried that before? Yes, but
But not in Canada.

Een paar maanden geleden kraste ik ‘hahaha’ in de marge van deze regels. Canada is toch op een bepaalde manier het veilige, knullige broertje van het Amerika dat Lerner bewoont. En tegelijk gaat dit ook over een radicale wederopbouw die, eerst, om een totale ontmanteling vraagt, of een totale vernietiging. Een brandend Rome. En nu, op 11 november 2016, twee dagen na de verkiezing van Donald J. Trump, moet dat deze regels heel anders klinken voor veel Amerikanen. Zeker voor degenen onder hen die hard riepen waarheen ze zouden verhuizen als dit zou gebeuren. De lol is er misschien een beetje af.

mean-free-pathBen Lerner
Mean Free Path
(Port Townsend: Copper Canyon Press, 2010)

 

Gepubliceerd door Harm Hendrik ten Napel

Harm Hendrik ten Napel (1991) komt uit Friesland, en is via Groningen in Nijmegen terecht gekomen. Daar studeerde hij recent af in de filosofie. In 2013 publiceerde hij een bundel zeer korte verhalen bij Lemniscaat, Ze vraagt: Is dit je kamer. Hij is naast schrijver en filosoof ook boekverkoper.

Een gedachte over “‘There’s no such thing as non sequitur / When you’re in love.’ – Over verantwoordelijk lezen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *