Overzicht

Klecks-bundelvooruitzicht 2017 – Maart, april en mei

Isaac Levitan - Bloeiende appelbomen (1896)
Isaac Levitan - Bloeiende appelbomen (1896)

De toch wel grootste traditie ter wereld is het schrijven van lijstjes in december, omdat al het lopende proza al is verschoten, elk mooie bruggetje tussen twee soort-van-verwante alinea’s in de voorgaande maanden al is verbruikt. Wie zijn wij om daarvan af te wijken? Klecks blikt vooruit naar de bundels die ons in 2017 hopen te overdonderen. Wat hebben uitgevers inmiddels aangekondigd? Eerder beken we al de bundels die gepland staan voor januari, daarna voor februari – vandaag sluiten we af met de verwachtingen voor maart, april en mei.

Maart

catullus_thumbCatullus, Lesbia: Verzen van liefde en spot

Paul Claes heeft zich na (onder andere) Herakleitos en Baudelaire gewaagd aan de liefdesverzen van Catullus. Deze verzen ‘vol passie en wanhoop’ schreef Catullus als verliefde student in Rome, nadat hij voor een oudere, getrouwde vrouw was gevallen die hij, aldus de aanbieding, zowel ‘verafgoodde’ als ‘verguisde’. Anders dan de titel van de verzameling doet vermoeden – die overigens ‘mannenverslindster’ betekent volgens de aanbieding – bevat Lesbia ook spotgedichten waarmee Catullus rivalen en tegenstanders op hun plek zette. Zo bestookte hij Caesar met ‘scabreuze scheldwoorden’, ‘schuttingtaal’ die hem ‘tot een voorloper van onze stand-upcomedians’ maakte.

Er valt dus niet alleen wat te smachten maar ook te lachen in deze verzameling. En wie een grap graag nog een keer hoort, maar dan in het Latijn, zal blij zijn met het nieuws dat ook Catullus’ originelen zijn opgenomen. Claes leidt zijn vertalingen ook nog in. (HHtN)

roode_thumbAlexis de Roode, Een steen openvouwen

‘Na de liefde (Geef mij een wonder), het landschap (Stad en land) en de tijd (Gratis tijd voor iedereen) richt hij zich in zijn vierde bundel, tegen beter weten in, op het thema goed en kwaad’, aldus Podium in de aankondiging van Een steen openvouwen. We mogen daarmee uitkijken naar ‘zowel de duisterste als de meest gelouterde gedichten’ die De Roode tot nu toe schreef, en dat enerzijds in de vorm van ‘sardonische kantoorgedichten’, en anderzijds in gedichten die geënt zijn op de recente wereldgebeurtenissen.

De Roode is Gildemeester van het Utrechts stadsdichtersgilde, laureaat van het C.C.S. Crone-stipendium, en werd al in meer dan 70 bloemlezingen opgenomen. Eerder dit jaar publiceerde hij samen met Daniël Dee en Benne van der Velde een bloemlezing hekeldichten, Ik proef iets wat bedorven is. (RtN)

starkenburg_thumbIlse Starkenburg, De boom valt op mij

De boom valt op mij is Starkenburgs vijfde bundel, de eerste in tien jaar. Eerder verschenen Verdwaald ontwaken, Afspraak met een eiland, in plaats van alleen en Gekraakt klooster – alle bij de Arbeiderspers. Starkenburg schrijft over verlangen naar werkelijkheid en contact met de ander – aldus de aankondiging van De boom valt op mij, maar ook de beschrijvingen van eerdere bundels. Een constante thematiek dus, die zich in de nieuweling echter ‘meer dan ooit beperkt tot de essentie en als zodanig waarmaakt wat Jan Arends ooit dichtte: ‘Ik / schrijf gedichten / als dunne bomen. // Wie kan zo mager / praten / met de taal / als ik?’.

Naast poëzie publiceerde Starkenburg een bundel verhalen, en ze werkt aan een roman. Dit jaar stond ze nog met twee gedichten in de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer. (RtN)

April

brands_thumbWim Brands, Verzamelde gedichten

Wijlen Wim Brands poëtische oeuvre krijgt de Van Oorschot-behandeling. De hardcover met stofomslag zal zes bundels verzamelen. ‘In de geest van Brands,’ stelt de aankondiging, is het daar niet bij gebleven: ‘er staat een stripverhaal in deze bundel, en er zijn blogs en brieven in te vinden.’ Het boek zal dus een mogelijkheid vormen ‘om kennis te nemen van wat en wie Wim Brands allemaal was,’ aldus opnieuw de aankondiging.

Arjan Peters schreef, in nagedachtenis, dat Brands gedichten ‘vaak karige verzen’ zijn, ‘die er eenvoudig uitzien maar bij alle anekdotiek hun mysterie behouden.’ Ook de aankondiging stelt dat Brands ‘van verhalen poëzie’ maakt, ‘steeds door heel goed over de vorm na te denken, door in te dikken en te schrappen’. Als presentator van VPRO Boeken sprak Brands ‘met niet méér belangstelling voor de auteur dan voor diens werk,’ volgens Peters. Deze verzameling biedt ons misschien de kans om hetzelfde te doen. (HHtN)

nolens_thumbLeonard Nolens, Dagboek van een dichter/Manieren van leven

Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de dichter komt het in 2009 en 2013 los verschenen tweeluik ‘eenmalig in een luxe casette’. Dagboek van een dichter bundelt 5 delen aan dagboeken, waarvan de eerste vier tussen 1989 en 1998 werden geschreven, en het laatste de resterende 9 jaar bestrijkt. ‘Zij geven een beeld van Nolens’ besognes en lievelingsauteurs, inspiratiebronnen en herinneringen, ergernissen en passies. Zo vormt dit rijke journaal het atelier van een dichter aan het werk. Het schildert het portret van een bewustzijn, het verhaal van een temperament’, aldus uitgever Querido. Manieren van leven bevat de achttien dichtbundels die Nolens tussen 1975 en 2011 publiceerde. Samen vormen de boeken ‘het royale tweeluik van eenzelfde passie: poëzie.’ (RtN)

Mei

basart_thumbR.A. Basart, Zingend naar huis

De anekdote waarmee Lebowski de aanbieding van Basarts verzameld werk opent, liegt er niet om. Gerrit Komrij, Mensje van Keulen, Bert Bakker en Guus Luijters zagen een grote belofte in hem toen ze het manuscript voor zijn eerste bundel Oranjebal een aanmoedigingsprijs gaven. Basart, gevraagd naar zijn aspiraties, stelde droogjes dat hij niet van plan was zijn leraarsbaan op te zeggen. Dit gebeurde in 1974. In 2017 brengt Lebowski die bundel en Basarts tweede, De gezonde apotheek uit 1977, samen met nog een reeks nieuwe poëzie uit als Zingend naar huis.

De lange tussenpozen die er soms vallen tussen Basarts publicaties – pas twintig jaar na zijn eerste roman verscheen zijn met lof overladen tweede, De verzoening – maken dat hij het risico loopt vergeten te worden. Met dit verzameld werk wil Lebowski ons herinneren aan een schrijver van ‘weemoedig’ en absurd werk dat tot nu toe vooral bij collega’s en kenners terecht is gekomen, naar het lijkt. (HHtN)

langelaar_thumbMarije Langelaar, Vonkt

Haar laatste bundel De schuur in verscheen alweer acht jaar geleden (en werd genomineerd voor de Jo Peterspoëzie- en de J.C. Bloemprijs en bekroond met de Hugues C. Pernathprijs). Veel recensenten waren geschokt over de duistere toon van die bundel, vooral ook omdat Langelaar met lichte, vrolijke gedichten was gedebuteerd. Zo schreef ze in een titelloos gedicht: ‘Maar toen ik mij los wou maken / om dat te vertellen beet hij mij’.

In Vonkt is niet de gedwongen vereniging maar juist het ‘verlangen tot samensmelten’ tot thema gemaakt, ‘of dat nu met een stoel, met een hert of een man is’. Als we af kunnen gaan op de titel van de laatste afdeling – ‘Love Songs for the Absolute’ – heeft dit poëzie opgeleverd die je misschien, en het lijkt wel alsof hier een tendens zichtbaar wordt in de bundels van dit voorjaar, mystiek mag noemen. Langelaar heeft lang gewerkt en de regels die de aanbieding citeert, beloven iets: ‘we verdrinken in water / en gaan dood aan de zon’. (HHtN)

Zien we iets of iemand compleet onterecht over het hoofd? (Waarbij we wel even willen melden dat het handig is als een uitgeverij al iets substantieels heeft aangekondigd, bijvoorbeeld een maand en iets van een (voorlopig) omslag.) Por ons dan even.

 

Gepubliceerd door Harm Hendrik ten Napel

Harm Hendrik ten Napel (1991) komt uit Friesland, en is via Groningen in Nijmegen terecht gekomen. Daar studeerde hij recent af in de filosofie. In 2013 publiceerde hij een bundel zeer korte verhalen bij Lemniscaat, Ze vraagt: Is dit je kamer. Hij is naast schrijver en filosoof ook boekverkoper.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *